Als ge weet dat het in het honderd aan het lopen is en ge gelijk een konijn naar een lichtbak zit te gapen …

Het is nu kwart na tien. Ik ben op van iets na zes deze morgen. Na vier uur slaap. Want gisteravond vlogen de meubels al in het rond en moesten de kasten er aan geloven. Wat gewoon iets grotekuisachtigs zou worden werd uiteindelijk een marathon van ovens uitkuisen, kasten verslepen, bakplaten afschrobben en vloeren schuren.

De helft van de tafel staat vol met spullen die de deur uit moeten. Wijnglazen die niet schoon genoeg zijn, zeker niet als ge er 40 (ik heb ze geteld!) staan hebt die wél schoon zijn. Grote glazen die voor eeuwig wit uitslaan van de vaatwasser, bordjes die wel tof maar ontzettend onhandig zijn. Borden waarvan ik er ooit 12 had en nu nog zeven en dat frustreert mij dat het geen naam heeft. Een blauwe glazen slakom. Ik haat al die kleurkes, weg ermee.

De hele dag heb ik aangemodderd, en tussendoor heb ik mij ook eens een paar keer wreed kwaad gemaakt. Op Facebook. Op mijn televisie. En op mezelf. Vooral dat laatste. Ik schiet uit mijn kot voor het minste. Ik dobber in mijn volle emmer van nijd en zelf verzonnen ellende, klaar om uit mijn vel te springen bij het minste. Gelukkig heb ik vandaag de kans niet gehad. Dat komt omdat ik vandaag amper een woord gesproken heb. Behalve “Liefste buurvrouw, mag ik uwe schuurborstel eens gebruiken want de mijne is kapot”, ben ik vandaag niet geraakt. Niemand gezien, geen telefoons, niets. Enkel stilte en zelfmedelijden en hoge nood aan mijn kartonnen doos.

Iets reserveren werd een hel van een paar uur. Een dringende telefoon werd nog eens uitgesteld. De frigo steekt vol eten en ik weet niet wat ermee gedaan. De weegschaal is net ontploft en het enige antwoord dat ik daarop kon verzinnen was 150 gram salami, recht uit het pakske. En een blik lichee. En ge wilt echt niet weten wat nog allemaal.

Het is al weken aan het groeien, dat vage, onbestemd gevoel dat alles verloren is. Niet dat ik niet wil, maar ik kan niet meer vrolijk zijn. Lukt niet, van geen kanten. En als ik het wel ben is het fake, vals, leeg en voel ik me nog veel slechter. In mijn kop kraakt het langs alle kanten. Op dagen als deze wil ik alleen nog maar weg van hier. Niet dat ik mezelf iets zou aandoen, ge moet niet panikeren. Maar ik vraag me toch serieus af wat ik hier eigenlijk loop te doen. Tegen morgen gaat dat wel weer over, maar nu is het efkes geen feestje hier.

Posted in Uncategorized | 3 Comments

Aan de mama op Bus 3 vandaag: ge waart geweldig!

Hij: als ik niet in de file wil staan, koop ik dan beter een boot.

Zij: misschien is dat nog zo zot niet. Maar boten kosten ook geld

Hij: zijn ze duurder dan een auto?

Zij: dat hangt er van af. Ik weet niet zoveel van boten. Maar als je een boot wil om op te wonen, dan moet je genoeg centen hebben. Trouwens (terwijl we aan de Joremaaie passeren), met de boot alleen kom je er niet. Stel dat je je boot wil parkeren, dan heb je een plekje nodig. Zoals die mensen daar (wijst naar Portus Ganda): zij huren dat plekje en betalen daarvoor.

Hij: oh

Het ging even door. Ik veronderstel dat hij op den duur maar wat vragen improviseerde om de warme aandacht van zijn mama vast te houden. een spel dat de mama in kwestie maar al te graag meespeelde. En ik keek, en ik begreep de spelregels, en ik zat met mijn rug naar hen toe te lachen en bijna te tjiepen van de warmte van dat gesprek. Dat in essentie nergens over ging, en tegelijkertijd over zoveel: geborgenheid, aandacht, affectie.

Ze stapten af iets voorbij de Dampoort. Ik had graag nog een uurtje met hen de rit gedeeld.

Posted in #geluk, Gent, Tleven | Tagged , | 1 Comment

Afscheid nemen van dingen kan zo deugd doen.

Ik kan dat meestal goed. Nu de lentezon haar best doet was het tijd voor de halfjaarlijkse grote kuis van de kleerkast.

No brainers: Sjakossen die te klein zijn voor mijn Kindle, spullen met plekken die niet meer willen verdwijnen, dingen die de afgelopen winter alweer niet uit de kast geraakten, stukken die eruit zien alsof ze twee weken na elkaar werden afgekookt in zoutzuur: buiten!

Lastiger: jurken die niet meer passen wegens ik moest mij weer eens een beetje wreed laten gaan. Slodderkleren waar ge niet meer in gezien wilt worden maar die toch zooooo comfortabel zitten. Sportkleren die alleen maar dienen om uzelf blazen wijs te maken.

Compleet problematisch: drie stuks. En wel deze:

IMG_20170414_101202

De Zak. De bijna 20 jaar oude Zak die me zo trouw gediend heeft en waar de mama de rietepetiete van krijgt. Die ik onlangs aan de schoudernaad heb losgescheurd. En niet voor herstelling richting diezelfde mama wil brengen want ze gaat mij vierkant uitlachen en eerlijk is eerlijk: op uw 45ste komt ge gelijk wat minder goed weg met De Zak dan op uw 25ste. Weg ermee.

IMG_20170414_101139

De referentiejurk. Die waar ik 15 jaar geleden uit de keerkast van de mama heb gepikt. Daar was toen nog een vestje bij maar dat heb ik lang geleden al te pletter gedragen. Het is de jurk waar ik elke keer als ik de strijd tegen de kilo’s weer eens even gewonnen heb perfect in pas. En waarvan ik nu denk: fuck this. Echt. Als ik ooit eens een panlat ga zijn koop ik godverdomme wel een nieuwe jurk. En indien niet ook. Puhh, eigenlijk.

IMG_20170414_101054

De lastigaard. Ik heb een doos op zolder. Daar zitten de enige echt sentimentele stukken in. Mijn geboortekaartjes, mijn eerste bril, een favoriete trui van mijn oma, een truitje dat mijn tante nog voor me gebreid heeft toen ik 11 was. En deze jurk. Ooit gekocht bij 3 Suisses. Een zakdoek groot. Van in mijn eerste jaar op kot. Voor altijd verbonden aan de avond waarop ik I. leerde kennen en het verhaal van die avond zelf en alle gevolgen die hij zou hebben. Ik heb hem nog eens aangetrokken (hij rekt, dus dat ging) en ik heb mij een halve kriek gelachen voor de spiegel. Daarna heb ik een beetje geweend, en heb ik hem bij de rest in zo’n grote blauwe Ikea-zak gepropt. Ik fietste ermee naar de kledingcontainer. Ik duwde hem door die klep. Ik woog opeens 20 kilo minder.

Voila.

Posted in In 9050, Tleven | Tagged , , , | 2 Comments

Dingen die een mens gelukkig maken – Deel VII

Het is veel te lang geleden, en dus hoog tijd voor een nieuw lijstje.

  • Met stip op één, gelijk ze zeggen: de lente. Dat licht, die zon, chafing thighs, de onmogelijkheid om mijn collectie tieten te verbergen onder een winterjas en een sjaal, mijn stadstuin die smeekt om aperitievende medemenschen, de zon, slaatjes ipv frieten, blote benen, het einde van het sokkendictaat en de nederlaag van de blikdichte 87miljoendenkousen.
  • De grote kuis part negenduusd: alweer een halve kubieke meter aan gerief buiten, in de vorm van stripverhalen. Ik moet eerlijk opbiechten dat ik op het laatste moment koudwatervrees kreeg en een stuk of dertig favoriete Suske & Wiske albums toch gehouden heb. Djees, dat deed efkes zeer. Maar om dat hier allemaal een plek te geven, iets waar ge max nog één keer per jaar naar kijkt, nah. En dus van hart en steen en weg ermee. Behalve dus die 30.
  • Nieuwe espadrilles. Elk jaar een paar paar. Gewoon omdat ik daar al heel mijn leven mee rond loop. De clou is natuurlijk dat ik daar helemaal niet mee kan stappen wegens hoge wreef en dat valt van mijn voeten maar ik kan mij dat niet aantrekken want espadrilles zijn nu eenmaal essentieel. Tip: ga naar de Pronti aan de Dampoort. volledig rubberen zool, 4 euro per paar. Daar kunt ge niet voor sukkelen. Dit jaar: lichtgroene en zwarte. Superhandig ook als ge op reis gaat, bij wijze van savatjes.
  • Uit gaan eten en beetje decadent doen. Zoals in: kreeften, en oesters (ik niet, ik lust dat niet sinds mijn vader eens wou demonstreren wat voor moves een verse oester had als ge daar citroen op sprenkelde. Waarop dat beest ineenkromp. En ik dacht: fuck, dat leeft nog. No thx). En dan de vraag: wat wil je daarbij drinken? En een fles Champagne bestellen. Op restaurant!!! En denken dat dat toch wel veels te decadent is voor een kleindochter die uit een werkmansbroek geschud werd. En dat het belachelijk is. En pompeus. En very Sint-Martens-Latem enal. Maar het toch doen omwille van fuck-it. En zitten blozen van schaamte, maar ook van genot. Het Pakhuis, dat is toch echt wel een wreed kot.
  • Vergaderen over informatiestructuur en fiches en metadata op de zolder van het Stadhuis. Waar de duiven roekoekoeënd applaudisseren als ge iets vaagweg zinnigs zegt. En waar ge door het vensterke leunt en denkt: me pietzak, me Gent, me in love.
  • Mijn collega’s. Keihard aan het werken, echt, zoals in sloten zweet zweten en zo. Maar ook lachen met uw miserie, elkaar vooruit duwen, samen gaan voor iets dat echt telt. Shit, ik doe mijn werk zo graag.
  • Maten op de wijkbeurs
  • Mijn nief masjien. Ik was wat geschrokken van het formaat. Maar mijn eigen keukenrobot had het na twintig jaar intensieve dienst begeven en nu staat die van de mama hier en eigenlijk ben ik die ook aan sneltempo naar de zak aan het helpen want dat soort spullen is niet bestand tegen mensen die geen 200 gram maar  2 kilo tapenade maken. En dus kreeg ik van la mama voor mijne nieuwjaar een splinternieuwe foodprocessor van Kitchenaid., die wat tijd nodig had om thuis te geraken. Omdat de witte 200 euro meer kostte ben ik voor de zwarte gegaan. Het is een bakbeest. Ik ben met mij Kitchenaid Artisan getrouwd, maar de foodprocessor wordt mijn buitenechtelijke relatie. Please, breng mij uw karoten, uw selderijen en uw komkommers. Ik ga ze raspen. In een outfit naar keuze. Serieus!!

Het zijn soms klotedagen, en er is veels te veel stress om goed te zijn, maar af en toe bekruipt het mij toch: ik ben de pietzakkigste mens der pietzakkige mensen.

 

Posted in #geluk, Gent | Tagged , , , | Leave a comment

Diffelen – Overijssel

Ergens in november zat er iets van vakantiedeals of god weet wat in mijn mailbox. In Overijssel. Twee nachten met blahblah en weetiknogwat. En ik ga wel eens graag naar Nederland. En het was lang geleden dat de mama en ik er nog eens op uit trokken. En’t was met veel wandelen enal.

Dus ik stuur dat door en het zal toch wel zeker vijf minuten geduurd hebben eer er antwoord kwam: ah ja, tuurlijk zie ik dat zitten! Dus ik geboekt, in mijn agenda gepleurd en er verder niet meer aan gedacht want hoofd vol zottigheid.

Dat het net dat weekend absoluut kloteweer zou worden. Dat mijn ma zei dat dat niet erg was want dat als het stront regende we ook naar Dana Winner in Enschede (of zo) konden gaan zien. Maar we zijn er dus wel behoorlijk in geslaagd om tussen de vlagen door te wandelen. En dat was niet mis.

Diffelen, begot. Alwaar ge een hele dag naar de koeien kunt kijken. Waar werkelijk geen zak te zien is. Behalve massa’s overenthousiaste koolmezen. En wreed rare huisdieren: buffels, witte kangoeroe’s, bambi’s en lama’s, om er maar een paar op te noemen. Waar ge een luswandeling van 8 km wilt doen om dan op 2 km van het einde vast te stellen dat het pontje het niet meer doet en ge dus het hele eind terug kunt. Alwaar de aalkarren vrolijk rondjes rijden. Al dat. Maar vooral: complete rust en stilte, niks geen hol te doen (perfect!) tenzij ge één van die zotten zijt die graag van zijn oren tot zijn knoesels vol slijk hangt omdat hij op zijn 40ste absoluut per mountainbike wil bewijzen dat hij nog 25 is. Weidse landschappen. Eenzame bomen tegen een dreigende wolkenlucht. Ooievaars. Prachtige boerderijen…

Dat in combinatie met de onwaarschijnlijke kneuterigheid van ons verblijf  met nette, rustige kamers en een beetje overkill in de decoratie van de prachtige boerderij waar het ontbijt werd geserveerd.

Er was een bezoekje aan Zwolle dat zoals wel meer van die stadjes zo’n typisch stadje is: dezelfde winkels, dezelfde vreemde combinaties op de menukaarten, de wat artificieel aandoende gezelligheid, de vriendelijke mensen en gelukkig ook één van de mooiste boekenwinkels EVER! Er was ook iets met kunst maar dat was een beetje aan de flauwe kant. Zeggen dat ge een tentoonstelling doet met werken van Fiep Westendorp en dan met moeite twee keukenmuurtjes vol prentjes tonen is er toch een heel klein beetje mee rammelen. Maar bon. Ah ja, en we zijn toch wel zeker drie winkels binnengestapt. En we kochten allebei schoenen. De mijne zijn met blommen op maar ik moet ze van mijn ma bewaren voor den eerste Mei.

Nederlanders en eten, dat blijft toch ook altijd een grappige combinatie. Zo was er een aperitiefhapje dat bestond uit een stuk koude brie waar ze wat rietsuiker overheen hadden gestrooid die ze dan met een bunsenbrander te lijf waren gegaan. ‘k Ga niet zeggen dat het slecht was, maar ik rol dan toch eens met mijn ogen. De hoeveelheid praat die op het menu staat is meestal omgekeerd evenredig met wat er uiteindelijk op uw teljoor komt te liggen. We zijn dus maar niet zottekes gaan doen, want dat is daar geen avance. ‘t Was ok, dat moest volstaan.

Weet ge wat? Af en toe wil ik eens niet de culturo en de gastronoom uithangen. Af en toe wil ik gewoon wandelen en slenteren en bijbabbelen. Ik krijg het wat koud van de verhalen van mensen die ik ken die hun mama recent (en heel recent) verloren. Daarom dat ik dagen als deze zo koester. Elke dag is er eentje gewonnen.

Voor de rest was het van vroeg gaan slapen en vooral niet teveel nadenken. En van 700 km in de auto rijden en ik doe dat niet graag en ik merk dat hoe minder ik dat doe, hoe zenuwachtiger ik er van word. Maar het ging.

‘t Was weinig spectaculair, en dat was absoluut ook de bedoeling. Missie geslaagd. Next stop: Reims, ergens in mei.

P.S: wat daar in de buurt echt te zot is om los te lopen is het dorpje Beerze. Compleet geschifte collectie van prachtige boerenhuizen. We reden er een beetje half per accident door (dat duurt anderhalve minuut) en vergaapten ons aan hoe boerderijen er uit zouden moeten zien. Fuck de Fermette! This is it!.

Posted in #geluk, Congé, Familie en vrienden, Reizen | Tagged , , | Leave a comment

Boekenkast

Dit weekend ging er al een en ander naar The Little Library om de hoek. Zo’n kastje waarin iedereen een boek mag weghalen en er een ander in de plaats zet. Ik heb er – in ruil voor een paar geestige Nero’s- reisgidsen en een paar geweldige romans in gestopt die ik wegens op papier toch niet meer ga lezen.

Daarnaast kwam het oudste metekind snuisteren door mijn collectie strips. Eigenlijk is vooral zijn broer de grote lezer, maar bon. Ik had gehoopt dat ze hier in één keer de buit zouden buiten slepen, want ergens is dat toch wel met een heel klein hartje. Bijna 30 jaar verzamelen, in één keer de schop op. Maar het bleef beperkt tot een kleine halve meter. Facebook to the rescue echter: vandaag werd de hele verzameling “verkocht” aan vriendjes en vriendinnetjes allerhande. Daar zijn we dan ook alweer vanaf.

Maar dat was dus niet echt genoeg, en ik ben nu aan het dwalen tussen mijn oude kinderboeken. Er zijn wel een paar dingen die echt serieus grappig zijn. Zo was ik als kind al een hevige Darwinist. Dat blijkt uit dit boek dat ik om één of andere reden voor een al zeer lang voorbije verjaardag echt moest hebben.

dav

Daarnaast was ik denk ook een beetje een anarchist, en een naïeve idealist.In 1981. Ik ben daar gelijk nog altijd een beetje zot van, van dat boek.

Er zitten een paar wreed rare curiositeiten tussen ook.

En dan de echte favoriet. Geen denken aan dat die ooit weg zou gaan. Prachtboek.

davmdedavdav

En een paar onwaarschijnlijke schattigaards waar ik zo van hield maar waarvan ik me nu toch afvraag waarom ik dat in hemelsnaam zou bijhouden.

Iemand ooit naar de live-versie van Heidi gekeken? Ewel, ik wel, en ik had daar zelfs boekskes van. De vraag is: wat doet ge daar in godsnaam mee?

dav

En dan dit:

Zot ben ik van die illustraties. Zo schoon. Dat kunt ge toch echt niet wegdoen hé?

Posted in Boeken en muziek en films enal, Tleven | Tagged , | 1 Comment

Waarschuwingssignalen

  • Tien keer sleutels checken, zelfs als ge ze in uw hand hebt.
  • Minstens drie keer per dag in volle paniek naar uw gsm zoeken, terwijl die in dat andere tiretje van uw handtas zit.
  • Rechtstreeks uit de frigo eten zonder zelfs maar de moeite te doen van dat eerst in een bord te mikken.
  • Hopeloos achterop geraken in het afhandelen van de eigen administratie, met allerlei aanmaningskosten en andere gezellige brieven tot gevolg.
  • Vier avonden aan één stuk kijken naar die ene plank die eens moet worden vastgeschroefd maar zelfs de energie niet vinden om Meneer DeWalt (nochtans mijn beste maat) erbij te halen. Want ja, ik ga die plank wegtrekken en daar gaat natuurlijk een hele kolonie gigantische spinnen achter zitten en ik ga dat verkeerd doen en de volgende die binnenkomt gaat mij minachtend staan bezien van “gij dwaze geit, ge kunt er niets van”.
  • Complete chaos in de slaapkamer. Niet op een geestige manier maar op de ik-weet-van-geen-kanten-meer-wat-bedtijd-en-wakkertijd-is-manier.
  • Hele lijsten afrotelen van wat er vandaag weer fout gaat lopen, waarvoor ik vandaag weer te laat gaan zijn, wat ik vandaag weer op de verkeerde plek ga leggen…
  • Belangrijke (echt belangrijke!) dingen uitstellen en daar dan weer een paar nachten van wakker liggen.
  • Gerief buiten smijten aan honderd per uur
  • Rondlopen met de aandrang drastische dinges te doen. Weglopen, bijvoorbeeld. Verhuizen naar een appartement, of beter nog: naar een kleine studio van 30m².
  • Blazen en zuchten als er een mail of een telefoontje binnen komt (thuis, voor alle duidelijkheid) omdat ik weet dat als ik ga antwoorden dat weer een nieuwe ketting van vragen en problemen gaat teweegbrengen en ik heb daar echt de energie niet voor.

Het is een kleine, eenzame wereld. En ik weet niet waar het nu weer vandaan komt. Ge kunt niet verstaan hoe blij ik ben met mijn werk en mijn collega’s. De zon schijnt. Ik huppel door de dagen. En toch zit dat fucking beest daar weer naar mij te grijzen. Kruipt het langzaam dichterbij. Ruik ik de honger. Het is overleven van uur tot uur, proberen van niet verder weg te zakken.

Ik voel me vreselijk alleen. Ik wou dat iemand het hier even van me over nam. Zodat ik nergens meer moest aan denken. Echt , zoals: hier liggen uw kleren en er is al tandpasta aan uw tandenborstel. En ge gaat nu eerst op die mail antwoorden en dan gaat ge boterhammekes eten gelijk iedereen in plaats van de hele dag te teren op een appel, een liter grenadine, een pak chocoladekoeken en een kalissestok. En hier: al uw rekeningen zijn op tijd betaald en al die uitgerafelde onderbroeken (ge moet zo raar niet kijken, gij hebt die ook in uw schuif) liggen in de vuilbak en de verse zijn besteld en nee, gij moet dat pakske niet afhalen want ge gaat toch weer dat papierke van de aangetekende zending verliezen of niet meer naar de GB durven gaan want die zending is al van een week geleden en ge gaat weer denken dat die mens achter het loket van het postpunt u scheef gaat bekijken want wie laat dat nu in godsnaam zo lang liggen en nu vind ik dat niet meer en ‘t is GODVERDOMME ELKE KEER HETZELFDE MET U!

Dat, elke seconde dat ik niet aan het werk ben. Elke Fucking Seconde. Ge moet mij niet geloven, maar ‘t is lastig.

 

 

 

 

Posted in Tleven, Zwartgallig gezaag | Tagged | 3 Comments