Gat – Boter

Anderhalf jaar geleden (zo ongeveer) verhuisde ik van de Staf van mijn Departement (wreed wijze collega’s – abstractieniveau waar ik niet goed tegen kon) naar de Dienst Economie om aan een loket te gaan werken. Ondanks het feit dat er geen week voorbij gaat dat ik niet aan mijn stafcollega’s denk (want serieus, azo wijze mensen!) heb ik mij dat nog geen seconde beklaagd.

In mijn verleden bij de Vlaamse Infolijn was ik soms stikjaloers op onze voorlichters, omdat ik dacht dat het pietzakken waren. Jaja, mensen kunnen zagen, en lastig doen. Maar elke dag gingen (en gaan, hoop ik) die mensen naar huis met het idee dat ze mensen geholpen hebben, echt geholpen hebben. Dat die mensen inhaken en denken: oh fuck, die overheid, die weet toch echt wel wat ze doet, en ze is menselijk, en fair, ook voor wie niet bovenaan de lader staat.

Toen ik bij Stad Gent solliciteerde zat dat zo hard in mijn gedachten: ik ga mijn stad vertegenwoordigen, ik ga mensen overtuigen van het feit dat mijn stad absoluut de meest wijze plek in dit land is (it is, trust me!). Ik val nog liever dood dan de gebeeldhouwde ambtenaar te zijn want ik ga aan elke mens die langskomt uitleggen waarom dingen zijn zoals ze zijn, en als dat eigenlijk niet ok is ga ik dat signaleren om er iets anders van te maken. Ik doe dat nu al ruim vijf jaar. Het maakt mij gelukkiger dan ik kan zeggen.

En nu zit ik daar dus, aan mijn loket. Elke dag passeren er mensen met vragen en problemen en ambities. En elke dag heb ik het genoegen om daarmee te praten. Te zoeken naar oplossingen. Uit te leggen waarom ze ongelijk hebben, soms. Gent te verdedigen als een faire plek (it is). Linken te leggen met partners. Freewheelen over wat mogelijk is.

Ik heb een job uit de duizend, op mijn lijf geschreven. Niet zelden kom ik ‘s avonds thuis en voel ik me compleet uitgeperst. Op. Leeg. Niet meer in staat om zelfs maar een vuil bord in de vaatwasser te steken wegens gewoon compleet leeg gemolken. Maar dan kom ik de volgende dag op kantoor en dan ligt daar dat nagelnieuw tapijt van loyale collega’s en verwachtende klanten. En dan gaan we er opnieuw voor. En dan besef ik elke dag opnieuw wat voor een schijtige pietzak ik ben: geweldige baas (bij de Stad is dit mijn derde geweldige baas, en ik ben daar niet lichtjes dankbaar voor), fantastische collega’s die altijd en overal voor elkaar inspringen (merci A, E, A en F) … wat een leven. Speekmedalje voor u allen. I love you.browse

 

 

 

Advertisements
This entry was posted in Uncategorized. Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s