Het droevige verhaal van Freddy

De eerste ochtend in Frankrijk strompel ik half verdoofd de badkamer in en maak ik in het halfduister (het kan ook zijn dat mijn ogen nog vol prut zaten) kennis met Freddy de Spinduizendpoot . Ik ben al niet wreed stekezot van alles dat meer dan vier poten heeft, maar Freddy zit met al zijn gewriemel in een aparte categorie. Mijn maag keert om en ik stel me al voor dat hij en zijn vriendjes in de nacht in mijn bed komen logeren enal, maar bon, ik ben op den buuten, dus een beetje beesterij zal er hier wel gewoon bijhoren zeker?

Na wat info over Freddy gevonden te hebben, stel ik vast dat Freddy een expert is in spinnen eten en sluit ik een deal met hem af: “ik ga u vangen in een lege koekskesdoos en ik ga u netjes buiten zetten en zo blijven we vriendjes”. Het moet zijn dat Freddy geen schoon Vlaams verstaat, want ‘s anderendaags zit hij alweer in dat bad. Met iets meer routine vis ik hem voor een twee keer op en sluit een bijkomende deal (in’t Frans, deze keer): ” ge moogt over anderhalve week terug binnen”. Bon, hij lijkt daarmee akkoord te gaan, want de rest van ons verblijf: geen Freddy meer te zien.

De dag van ons vertrek doen we ‘s morgens een toerke in het huis: opruimen, nog een dweilke slaan, badkamer kuisen, ge kent dat: alles spic en span om de sleutel terug over te dragen aan de eigenares. Vriendelijke madam, babbeltje, beetje kletsen, ze doet haar ronde en is content. En opeens ziet ze in het bad: Freddy!! Ze pakt hem zo snel als de wind op met een vel wc-papier en knijpt hem plat. Arme Freddy kwam een uurtje te vroeg naar huis.

Ik voel mij nu wel een beetje schuldig.

 

 

Advertisements
Posted in Congé, Reizen, Tleven | Tagged , , | Leave a comment

Monster

Dit is hoe de dagen lopen. Ik ga naar het werk, hou min of meer stand, kom thuis, zak in elkaar. Rugpijn van in mijn zetel te hangen. De properste keuken die ik ooit heb gehad, want er wordt niet meer gekookt. Leegte. Stilte.

Van zodra het kan kruip in in mijn bed. Slapen is vergeten. Slapen is niet bestaan. Ik kom zo goed als niet meer buiten, heb nog liever honger dan dat ik me naar de winkel sleep. Alles is leegte. Niemand belt aan, niemand spreekt af, niemand. Ik heb me wel vaker alleen gevoeld, maar dit is bizar. En ik kan het nog steeds niet erg vinden.

Het is wat je verdient, trut. Waarom zouden ze ook, al die zogenaamde vrienden die al lang hebben geroken hoe niets je bent. Een paar dagen geleden was er een dansfeestje in de buurt waar ik eigenlijk wel zin inhad. Maar ik zag mezelf daar al compleet belachelijk zijn, wanhopig proberend om de leegte te verdrijven. Met een paar glazen op misschien nog wel trachtend dit walgelijke lichaam te bewegen. Ik werd spuugmisselijk van dat beeld. Bleef thuis. Sliep.

Slapen om niet na te denken. Het is zelf niet eens zo dat ik erover wil klagen. Het is gewoon wat het is. 47, en alleen. Voorbij het punt waarop het me eigenlijk veel kan schelen.

Ik wen stilaan aan de stille dagen. Verwacht niets. Geen berichten, geen boodschappen, geen uitnodigingen. Uren aan elkaar rijgen tot de wekker gaat, me door de dag hijsen, instorten, slapen, opnieuw beginnen. Ik begin het af en toe zelfs geestig te vinden.

Mijn monster en ik, goede vrienden op de sofa. Ik sla mijn armen om zijn nek in de hoop hem te sussen. Ik geef hem onbeperkt gelijk. Hij is mijn trouwste kameraad. Hij is de enige die me nooit in de steek zal laten. Ik haat hem, maar ik zie hem graag. Het is wat het is.

Posted in Zwartgallig gezaag | Tagged , | 1 Comment

Niets

Als al uw professionele mensen het zeggen moet het wel waar zijn: er is een probleem met zingeving. Er is er namelijk geen. Niet in geloof (spaar mij daar van), niet in gezin (heb ik niet), niet in familierituelen (zijn er amper), niet in sociaal engagement (durf ik niet), niet in een hobby (heb ik niet).

Wat rest is leegte. Meestal deugddoende leegte, daar niet van. Als uw kinders bleiren ben ik blij dat ik er geen heb. Als ik op straat koppels zie ruzie maken ben ik blij dat ik mij daar niet mee moet bezig houden. Als ik verhalen hoor van hoe broers en zussen elkaar het leven zuur maken ben ik blij dat ik alleen ben. Na een drukke dag op het werk ben ik meestal dolgelukkig dat ik op mijn eiland kan kruipen. Alleen. Bij mezelf. Waar niets of niemand mij kan raken. Waar niets of niemand mij raakt. En dat is het probleem.

Ik lijk steeds meer afstand van de dingen te nemen. Materieel is dat al een hele tijd bezig: opruimen, weggeven, weggooien. Maar ook emotioneel is dat realiteit. Oprechte connecties aangaan met anderen is lastig, ze onderhouden onmogelijk. Steeds verder afdrijvend, me steeds meer afvragend waarom eigenlijk? Waarom mag ik niet gewoon in mijn kartonnen doos kruipen, deksel dicht, tape errond, kelderberging (niet mijn kelder, daar wonen nog steeds griezelige beesten), weg ermee.

Het zou allemaal zo triestig zijn als ik het nog de moeite zou vinden om triestig van te worden. Niet echt, eigenlijk. Ik stel vast, dat is alles. Het ideaal is steeds opnieuw hetzelfde: leegte, stilte, niemand die nog iets van mij verwacht, niemand om teleur te stellen, niemand om verdriet te doen.

Wat maakt jou enthousiast? Waar krijg je energie van? Wat zou je graag willen doen? De professionele mensen stellen de juiste vragen, maar het enige antwoord dat ik kan verzinnen is: niets.  Helemaal niets.

Posted in Tleven, Zwartgallig gezaag | Tagged , | 5 Comments

Parijs, nog eens, en hoe ik graag eens iemands kinderen leen.

Dat was dus weer veel te lang geleden, Parijs. Bij mij is “te lang” langer dan een jaar. En hoe vaker ik ga, hoe korter “te lang” wordt. Zo stekezot van deze stad, zo verliefd op haar straten, zo compleet verhangen aan haar terrasjes en kelners en bakkers en musea en koffiekoeken en voetpaden waar ge uw enkels verstuikt en haar inwoners die onverstoorbaar tussen de voze toeristen laveren. Gent is mijn grote liefde, maar Parijs is mijn minnaar.

Met deze keer als extra: mijn oudste metekind. Met nieuwjaar een buis voor Frans. En ik vond dat niet kunnen. En dus moest hij, voor straf!, mee met mij naar Parijs. Ah ja, ik ben extreem hardvochtig. De meter from hell, that’s me.

Het metekind is nogal gesloten, en communiceert – puber zijnde – vooral met rologen. Maar ik dacht dat dat wel zou klikken want ik ben zelf soms gewoon een puber en hij krijgt thuis al een degelijke opvoeding en ik moet mij dat dus niet aantrekken en ik kan hem gewoon genadeloos in de watten leggen. Het helpt ook dat ik gewoon ben om tijd alleen door te brengen, en dat ik dat dus niet erg vind dat hij in de buurt van gratis wifi in het niets verdwijnt.

We gingen met de bus en ik kan u dat aanraden als ge vroeg genoeg zijt. Ok, het duurt wat langer (ongeveer 4 uur) maar het zet u af in Bercy, het kost geen zak, en het is denk ik zo eco als iet. Dat “iet” kunt ge trouwens nog afkopen om het CO-neutraal te maken voor de ronde som van 2 euro of zo. Om maar te zeggen. Ge stapt op aan de Dampoort en ge brengt (ik zeg het maar want ik gokte op een tussenstop) een lege blaas en een zak met eten en drinken mee. De heenreis was wat duurder, maar de terugreis was belachelijk goedkoop (22 euro of zo, voor twee). Met een volle bus betekent dat een degelijk loon voor de chauffeur en winst voor de firma. Joepie.

Maar bon, ik had dus een klein flatje gehuurd en dat was een beetje very basic en niet wreed sexy en ik zou liever niet meer iets huren dat alleen daarvoor bestemd is want ik ben me bewust van wat ABNB doet voor de wooncrisis in deze steden. Volgende keer zou ik kieskeuriger zijn. Los daarvan, beneden was een dingske waar ze gloeiend hete croissants serveerden, met zoute boter, of course.

En voor de rest was het vooral Parijs voor beginners. Met bootjes en Eifeltorens en Louvrezalen.

Maar vooral was het funtime met het metekind. Zijn mama en ik zijn deze maand 25 jaar vrienden. Hij was een paar uur oud toen ik hem in mijn armen hield en in elkaar klapte van het besef dat ik hem doodgraag zag, maar dat ik nooit mama zou worden. Niet omdat het niet kon, maar omdat ik dat zo beslist had. En sindsdien is hij één van mijn oogappels (samen met het andere metekind, en de kinderen van mijn buren) en nu was gewoon ons moment. Hij was geweldig. Hij dronk de stad. Hij lustte alles wat op tafel kwam. Hij verdween in zijn smartphone zoals elke degelijke puber. Hij zei niet veel, maar zoveel meer dan anders. En toen de mama hem daarnet kwam ophalen en ik suggereerde dat wij ook eens samen zouden moeten gaan, kwam er zo snel als de wind “ik ga mee!”.

Ik denk dat mij dat afgaat, meter zijn :-).

Posted in Familie en vrienden, Reizen | Tagged , , , | 1 Comment

Dingen die nooooit gebeuren bij private bedrijven en zelfstandigen

Een offerte komt NOOIT pas na zes maanden, of helemaal niet.
Een afspraak met een stielman is ALTIJD klokvast op de afgesproken datum
Werknemers in bedrijven drinken vanzeleven eens geen kop koffie met collega’s, laat staan dat ze eens over de kinders kletsen.
Werkelijk elk bedrijf heeft een schitterde website die nooit plat ligt en waar je altijd snel de correcte informatie op kan vinden.
Elke seconde van de dag wordt optimaal benut. Altijd. Overal.
Werknemers staan nooit een uur aan een stuk niets te doen omdat de boel slecht georganiseerd is.
Elke werknemer is ALTIJD vriendelijk, beleefd en correct
Er is absoluut nooit sprake van overbodige regeltjes en papiertjes, bedrijven doen daar NIET aan mee.
Er is vanzelfsprekend nooit sprake van belangenvermening, machtsmisbruik of oneerlijkheid.
Alles is altijd correct gepland en wordt stipt en foutloos uitgevoerd
Werknemers klagen dus nooit over misstanden in hun bedrijf, want die zijn gewoon compleet onbestaande.
De dingen gaan nooit traag vooruit
Bedrijven willen alleen regels als ze voor iedereen gelden, nooit als ze alleen in het belang van de eigen onderneming zijn, tegen het belang van andere bedrijven in.

Dat is toch compleet van de pot gerukt? Ewel, dat is bij ons ook zo.

Ik wil maar zeggen: ik ben dat zo moe. Tuurlijk is dat niet waar. Tuurlijk doen bijna alle mensen hun uiterste best. En daar reken ik ook ambtenaren bij. Wij zijn niet anders. En ik ben dat eeuwige gezaag eigenlijk grondig beu.

Ik ben het beu van als lamme profiteur te worden afgeschilderd. Dat ben ik niet. Dat zie ik in mijn directe omgeving ook niet bij collega’s. En dat zie ik ook niet bij de talrijke zelfstandigen die ik elke dag over de vloer krijg. Ambitie, goesting, enthousiasme. En soms loopt er eens iets fout. Zoals overal. Ik zet de volledige private sector toch ook niet weg als incompetente valsspelers? Dat is toch te zot voor woorden? Waarom mag dat dan wel als het over ambtenaren gaat?

Ik ben trots op mijn job, mijn werkgever en mijn collega’s. Ik zie ook waar dingen beter kunnen, en daar ga ik dan mee aan de slag. We vereenvoudigen procedures waar dat mogelijk is en leggen mensen uit waarom ze soms inderdaad hun goesting niet krijgen. In 99% van de gevallen begrijpen mensen dat zeer goed en begrijpen ze ook waarom. Dat zijn de dagen waarop ik nog trotser ben. Als ik met een (terecht) malcontente mens een gesprek kan hebben waarbij je alternatieven kan bespreken, of rustig kan uitleggen waarom iets echt niet kan en die mens dat begrijpt en we samen op zoek gaat naar wat wel mogelijk is.

Ik ben blij met de vele ondernemers die hun uiterste best doen om geld te verdienen, dingen te maken, mensen werk te geven, of gewoon geniaal te zijn. Naar veel van die mensen kijk ik echt op. ‘t Is maar dat ge mij geen zelfstandigen-haat in mijn schoenen schuift, want ik heb daar hoegenaamd geen last van. Ik ben het alleen zo kotsbeu, zo kotsbeu…

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Ik mocht nog eens opleiding volgen, en ik ben wreed content

Ik heb een baas, en ‘t is een goeie. Ik heb sinds ik bij de Stad werk eigenlijk alleen maar goeie bazen gehad, eigenlijk, maar bon: ik ben dus een gelukzak (of een hele goeie werknemer, dat kan ook).

In elk geval volgde een collega onlangs “Stress & Burnout. Preventie en aanpak d.m.v. Selfcoaching” en die zei daar iets over tegen mijn baas en mijn baas kent mij goed en opperde voorzichtig dat mij dat ook kon interesseren. Maar dat ik niet moest. Maar dat ik mocht.

Nu moet ge weten dat ik zo’n konijn ben dat meestal ontzettend enthousiast in het gat springt. Van ooh en aaah en we zouden dit en we kunnen dat! En ik ga dat ALLEMAAL voor u oplossen! Tegelijkertijd met nog HONDERD andere dingen die ook interessant zijn! En dan nog een beetje! Mijn baas trekt dan zo’n beetje met haar wenkbrauwen en in het begin wist ik gelijk nog niet zo goed wat dat wou zeggen, maar nu wel: “Miss Geschift, dimmen! Ge gaat verzuipen. Ge gaat u slecht voelen omdat ge dat niet kunt waarmaken. Ge gaat u te pletter lopen. En kijk, er is een opleiding en misschien is dat wel iets voor u. Maar ge moet niet hé, ge moogt”

Nu moet ge ook weten dat ik een paar jaar geleden, toen ik echt op de bodem van mijn diepste put zat en maandenlang in mijn zetel kampeerde in een schijtbruine fleece peignoir, eens met een rozijn gevochten heb. En dat ik sindsdien geen enkele poging heb ondernomen om nog eens iets dergelijk te proberen. Teveel schrik van mijn eigen.

Maar bon, zoals het nu gaat, gaat het niet. En dus schreef ik mij in. Vier halve dagen, en ik was vastbesloten om er iets van te maken. Vandaag was de eerste les en dat was echt wel wijs. Dingen die ge eigenlijk wel weet maar die ge af en toe eens op een rijtje moet zetten. En ook wel nieuwe inzichten. Over hoe kapot ge gaat als uw hoofd 90% van de tijd in de hoogste staat van paraatheid staat. En over hoe ingrijpend dat is. Het helpt uw slaap om zeep, bijvoorbeeld, en het laat u niet toe om iets te overdenken. En hoe slaapgebrek vanalles kapot maakt.

Vandaag reed ik per zeer absoluut hoge uitzondering met de auto naar het werk, om daarna naar de opleiding te rijden. Niet voor de leute, maar omdat ik vlak na de opleiding ergens moest zijn en ik echt te weinig tijd had om op een tram te wachten. En nee, de fiets was geen optie wegens personenvervoer en mijn moeder past niet op mijn staantje. In mijn wereld betekent dat een slapeloze nacht op voorhand. Want zou ik niet beter mijn auto aan de bushalte zetten en dan over de middag ophalen? Want ik ga vanzelfsprekend geen parking vinden in de buurt van het werk, zelfs niet als ik daar 100 euro voor wil betalen. Of ik ga minstens drie fietsers omver rijden en dat gaat MIJN SCHULD zijn. En dan ga ik moeten weglopen uit de vergadering want de afstand tussen werk en opleiding is een miljoen kilometers terwijl elke bus in Gent voor mijn neus gaat rijden en iemand manueel expres voor mij alle lichten op rood zet en ik moet dus minstens een uur rekenen voor die drie kilometer want anders ga ik te laat zijn en al direct de rare van de groep uithangen. En na de opleiding gaat het nog erger zijn, want dan gaan ook duusdmiljoen auto’s er voor zorgen dat ik geen millimeter vooruit ga geraken enzovoort enzovoort. Zo was ik dus bezig toen de lesgever ons een Powernap-oefening liet uitvoeren. Iets met spieren spannen en loslaten, maar vooral met dat voortdurend gezoem in mijn kop stilleggen. En dat lukte, voor de volle 100%.

Na de les ben ik in mijn auto gestapt en heb ik de halve stadsring getrotseerd. De zon scheen en de BMW’s deden alsof ze Mazda’s waren. De lichten waren groen en rood en groen en rood en niemand ging bovenop zijn claxon zitten, ook niet aan de omleiding. De voetgangers deden normaal en de fietsers hielden hun manieren. Ik stond op minder dan een kwartier waar ik moest zijn, zonder compleet te flippen op het idee dat ik daar natuurlijk geen parking zou vinden. Ik parkeerde als een pro. De mama was vrolijk en goedgezind. We gingen eten bij Castor en Pollux (zo’n lieve mensen, en zo lekker eten!), kletsten wat bij, maakten plannen voor een zomers weekend.

Ik voel me goed, nu, ontspannen, op mijn gemak, blij zonder compleet uitbundig te zijn. Als de volgende drie sessies ook van dat zijn, dan heeft mijn baas mij net naar de beste opleiding ever gestuurd. Merci, baas.

Posted in #geluk, Gent, Werk | Tagged , | Leave a comment

Zomaar een zaterdag.

Ik was eens een held en schreef een hele lange mail. Vol woorden die me al meer dan twintig jaar uit mijn slaap hielden. Dat deed zeer, want ze waren natuurlijk graag gebleven waar ze zaten, al was het maar om mij te kloten.

Maar ik was ze beu en ik joeg ze weg en opeens gebeurden er kleine mirakels. Opeens werden er afspraken gemaakt. Eerst wat aarzelend, maar daarna steeds overtuigender: het was gewoon tijd om elkaar terug te vinden.

Ik haalde je af in het station, en voor het eerst in al de tijd stond ik niet stijf van de stress. De zon scheen en we namen de tram en wandelden door de stad. Ik toonde je mijn favoriete boekenwinkel en ik zag op je gezicht waar ik mijn liefde voor lectuur vandaan heb gehaald. We liepen langs de winkelstraten, dronken koffie op een terrasje. We lachten en we praatten en opeens was het alsof dat grote gat er nooit geweest was. We lachten om dezelfde dingen, luidop en met glimmende ogen. We aten samen en we kletsten honderduit. Het ging steeds vanzelfver. En toen kwamen de verhalen over vroeger. Over hoe ik als kind mijn overgrootmoeder vol enthousiasme mijn boek over “waar komen de kindjes vandaan” in handen stopte met het dwingende verzoek om voor te lezen. Wat ze zonder verpinken deed. Over je ouders die ik goed heb gekend maar waar ik amper iets van weet. Dat ze van Brussel waren, wat verklaart waarom zoeken in de doopregisters van jouw en mijn geboortestad niets opleverde. Dat ze daar volop genoten van het rijke cultuurleven van die stad, voor ze voor de tweede keer in hun leven een oorlog over zich heen kregen.

Ik klamp me vast aan je woorden en verdrink er in. Een heel leven dat ik dreigde kwijt te geraken, en nu ligt het hier op de tafel tussen ons in. Ik voel me verbonden met een familie die ik verloren waande, een familie die ik ook na bijna dertig jaar nog hard kan missen, al was het maar omdat ik er zo weinig van heb.

“Het was een hele fijne dag”, zei je toen je wegging. En ik vond dat ook. Een hele fijne dag. Een gewone zonnige dag. Een dag waarnaar ik zo hard heb verlangd. We maakten meteen een afspraak voor de volgende. Ik denk dat het goed gaat komen. Love you x

Posted in #geluk, Familie en vrienden, Gent | Tagged | 1 Comment