Troms en Lofoten deel drie: van OOOOH en AAAH.

Ik moet mij haasten om nog iets over de vakantie te schrijven, want over een paar dagen ben ik weer aweg. Ge moet niet sjaloes zijn, maar ge moogt wel.

De meest gestelde vraag de laatste twee weken is ongetwijfeld “Het is daar schoon zeker?”. Ge moogt gerust zijn. De hele vakantie was een wandeling door een reisbrochure over Noorwegen: fjorden, stranden, wild ontploft zomergroen, sneeuw en ijs op de bergen, desolate rode huizekens en blonde kindjes.

We waren nog niet half van de luchthaven af of we keken eens naar elkaars gezicht en zagen allebei net hetzelfde: dat gaat hier dus dik die 24 jaar wachten waard zijn. Al was het aan het miezeren en zag de lucht loodgrijs. Al was het in het begin echt wennen aan de smalle baantje. Al reden we eerst eigenlijk een stukje weg van de Lofoten, richting Troms.

Tien kilometer later deden mijn kaken al zeer van met mijn mond open rond te gapen. Miljaarde, miljaarde, zo schoon.  Drieduizend kilometer hebben we afgemaald. Drieduizend kilometer lang heb ik gezucht, onafgebroken oooh en aaah gedaan. Twee keer schoten de tranen in mijn ogen van ik kan dat hier niet meer aan en ik ga ontploffen van bewondering en schoonte.

 

 

Dat blauw, dat ongelooflijk schone blauw dat ook domineert in mijn foto’s van Denemarken een paar jaar terug. Zelfs op die paar miezerige dagen die we gehad hebben is dat licht zo spectaculair schoon dat ge er gerust van wat wilt inpakken om mee te nemen naar huis.  Het contrast tussen de zonnige stranden en de bergwanden er vlak achter waar soms nog pakken sneeuw op lagen die dan waterval per waterval naar beneden donderen. De bochten in de weg die u elke keer weer in spanning houden over hoe schoon het aan de andere kant gaat zijn.

Elk stukje heeft zijn eigen karakter, en het is ook meteen een serieuze les in geologie. Hier en daar zie je hoe stukken rots met geweld naar boven werden geduwd, laag op laag op laag. Elders is de bovenkant van de rotswanden gekarteld met god zijn broodmes, puur omdat de mens daar goesting in had. Ge ziet ook hoe gehaast de natuur is om het maximum te halen uit de korte periode waarin niet alles onder de sneeuw ligt. Op die twee weken dat wij er waren zag je de ijslagen en de watervallen zowat per minuut krimpen en het gras en de wilde bloemen overal dikke vette fuiven organiseren. Voor een paar maanden per jaar waren de flanken van hen, en dat zult ge daar geweten hebben. Bomen hebben het hier dan weer behoorlijk lastig. De berken die overal staan zijn op de hogere plateau’s erg klein en gedrongen en spelen kronkelwilgje in de hoop van overeind te blijven.

 

Ge moet het zien om het te geloven. Ik denk dat het binnen Europa het schoonste is wat ge kunt gaan zien. Mijn toppers, voor wie ook eens wil gaan, van zuid naar noord.

Å, toeristisch, maar voor mij veel geestiger dan Reine, waar de hamburgerkoten oprukken. Tenzij ge een berggeit zijt in uw vrije tijd, want dan is Reine wel een must denk ik. Maar wij zijn geen geiten. Wij doen liever iets gemakkelijks. Zoals kaneelbollen eten, en gezapig een rondleidingske volgen in de levertraanfabriek tussen de droge vissen en de vissershuizen en zo. Wat kweenieoegrappig is, is de manier waar de toeristische industrie hier nog niet echt van de grond is gekomen. Natuurlijk is er het besef dat er geld mee verdiend kan worden, maar ze zijn overal zo aandoenlijk schattig in hun benadering, semi-georganiseerd, nog niet in de ban van de procesmatrix en de uitmelkbusiness. Zalig!

Henningsvaer, eveneens zowat de enige plaats waar ge kunt kiezen tussen zes (!!) plekken om iets te eten. De weg naar daar, langs de E10 en de 816 is – na de rit door de Canadese Rockies – de allermooiste rit die ik in mijn leven al gedaan heb.

De fjorden van Eggum en het strand van Unstad. Mezielkeginds. De weg naar daar is om van op uw gat te vallen. Het strand is misleidend tropisch van uitzicht al vriezen uw tenen er al af als ge te dicht bij het water komt. In de buurt kunt ge naar het Vikingmuseum dat klein maar leutig is. Beetje veel reproductiedinges enal, maar wel tof om te doen.

 

Gratangen Fjord en het piepkleine dorpje Grov, omdat we daar in de buurt het eerste huisje huurden en ons geluk niet op konden. Maar ook omwille van het spectaculaire uitzicht op de fjord en het enthousiaste welkom van de plaatselijke bond van gepensioneerden.

 

Het eiland Senja, het meest Noordelijke dat we bezochten. Met plekken om stil van te worden en uren rijplezier langs de fjorden en de stranden. Zalige plek, vooral het kleine stadje Mefjordvær.

 

Voila. Next stop: Istanbul.

Posted in #geluk, Reizen | Tagged , , | Leave a comment

Troms en Lofoten deel twee: van eten en drinken

Ok. Ge weet dat dus op voorhand: ge moet niet naar hier komen voor de keuken, en al zeker niet om op café te gaan. Ge wéét dat, ge zijt daar mentaal op voorbereid. Ge weet dat ge één van de belangrijkste dingen die ge graag doet op vakantie – uit eten gaan – zult moeten missen.  Ge vindt dat wel een beetje erg, maar bon, ge legt u daar dus bij neer.

Gelukkig hebt ge goed naar uw moeder geluisterd, of toch alleszins als ze in de keuken stond. En ge hebt ondertussen toch grofweg een kleine 1000 verschillende mensen van eten voorzien. Ge kunt improviseren zolang er een ei en een ajuin in huis is. En dus kookt ge maar zelf. Pannenkoeken bvb, maar dan met de volkorenbloem die de vorige huurder achterliet. En met yoghurt want er was niet genoeg melk. Dat lukt en dat is lekker.

Ge brouwt slaatjes. Ge mikt iets waarvan ge denkt dat het biefstuk is in een pan. Ge maakt spaghetti omdat de vorige eigenaar ook pastakruiden achterliet. Allemaal lekker. Echt lekker, serieus. Helemaal in orde is het als ge in de zuivelrayon duikt. De melk hier, de kefir, de yoghurt…. allemaal 10.000 keer beter dan bij ons (tenzij ge aan rauwe melk geraakt natuurlijk ). De Brunost waar ik zo verzot op ben en om zit te smeken elke keer als er vrienden richting Skandinaafland vertrekken. De zoute boter… allemaal dik aan te raden.

De rest is hier begrijpelijk allemaal import. Dat maakt alles duur, al valt het voor algemene voeding nog wel mee. Alcohol is belachelijk duur, maar dat weet ge ook op voorhand. Voor een fles wijn of iets sterkers dan 4.8 moet je naar de vinmonopolet. In ons eerste verblijf lag de dichtstbijzijnde op bijna 60 km. Hier is dat er 38. De mama kreeg ver een hartaanval toen ze de prijzen zag. 

We aten ondertussen twee keer uit. Één keer in Solvær waar we superverse gepimpte fish and chips kregen. 45 euro voor twee, een zeer behoorlijke portie zonder drank. Niemand kijkt raar op als je enkel water wil, dus dat scheelt. 

Vandaag deden we een lange wandeling in de kou en de miezer (de eerste echt slechtere dag sinds we hier zijn, geen klachten dus). We vonden dat we dus iets warms verdiend hadden. Wij hier naar het plaatselijke restaurant. Plaatselijk, dat is 8 km verderop. Groot spel, een soortement cafetaria die opgeleukt was, maar when in Lofoten… Enfin, we gaan dus zitten en krijgen de menukaart terwijl het langzaam doordringt dat Fawlty Towers in Ramberg ligt. Het is natuurlijk de start van het zomerseizoen en alles is nog wat onwennig. Maar ik mag dus niet in mijn moeders ogen kijken of ik krijg de slappe lach. We bestellen twee glazen wijn aan 9 euro de beeste. Ze kappen er niet naast dus dat valt nog mee. Alleen is de mama bijzonder zeker dat het hare niet is wat ze gevraagd heeft. 

Ondertussen keert aan de tafel achter ons het bord terug naar de keuken, wegens vlees te taai. Hetzelde gerecht heeft de mama besteld, dus ik vrees er wat voor. De voorgerechten zijn ok, niet slecht, en betaalbaar.. drie kleine coquilles op wat erwtenpuree met wat spek tussen. Mijn hoofdgerecht arriveert en bestaat uit voor mij te hard gebakken lengfilet in een lekkere botersaus, met nog meer spek. De leng is diepvries, maar wel etelijk. Aan de overkant van de tafel is het een complete ramp. Een lamsboutje, begraven onder een berg bruine saus, keihard gebakken, droog en niet te snijden. Net zoals bij de buren gaat het terug naar de keuken. We krijgen wel een chocomouse ter compensatie nadat we het niet meer zagen zitten om iets anders te bestellen. Die stond wat later effectief op de rekening, maar hebben we er weer af laten halen. Het is echt lang geleden dat ik nog zo pover gegeten heb op restaurant. Dat gaan we hier dus niet meer doen.
Tenzij ge echt met geld wilt smijten: leg er u gewoon bij neer. Koop losse verse producten waar ge ze kunt vinden en reserveer u een goed restaurant voor als ge terug zijt. Om te vieren dat ge een paar weken op één van de schoonste plekken van Europa geweest zijn. Want er zijn ergere dingen dan slecht eten in een prachtig landschap.

Posted in Uncategorized | Tagged | Leave a comment

Troms en Lofoten  – Deel 1: waarom, eigenlijk? 

Los van het feit dat ik supercontent ben dat ik aan de Belgische hittegolf ontsnapt ben, zijn er zoveel redenen om de zomervakantie boven de poolcirkel door te brengen.  Maar de voornaamste is deze.

In mijn tweede kandidatuur vroegen ze ons of iemand zin had om op Erasmus te vertrekken.  Dat was toen allesbehalve wat het nu is. Vooral niet in de Pol&Soc, waar ge u best van al kon onderscheiden door twee verschillende schoenveters te dragen (achteraf gezien vraag ik mij nog altijd af wat ik daar nu eigenlijk zat te doen, maar bon). Enfin, ik herinner mij het moment waarop ik bij mijn ma in de auto zat. Het was vrijdag en ze kwam mij naar goede gewoonte ophalen in het station, met mijn vuile was maar ook met Tupperwar

e potjes vol pasta of een stapel zelfgemaakte pannenkoeken  (yup, toen ook al). 

Ik zit in de auto op de oprit en zeg haar dat we de kans krijgen om in het buitenland te studeren. Tot mijn grote verrassing reageert ze onmiddellijk positief. Ah beze, dat zou wel tof zijn. En voor hoe lang dan? Een maand? Drie maanden?  Waarop ik even slik en zeg dat ze op mijn faculteit liefst hebben dat ge voor een jaar gaat, wegens geen partiële examens en veel gemakkelijker zo. Ze slikt op haar beurt. Op dat moment zijn mijn moeder en ik al bijna 10 jaar gewoon wij met twee tegen de wereld. Ik zie haar denken: mijn beze, mijn klein bezeke. .. een heel jaar weg. Maar ze zegt ja. Waarmee ze nog maar eens bewijst hoe dapper ze is. En dus vertrek ik, in augustus 25 jaar geleden, naar Uppsala in Zweden. Zonder ook maar een seconde na te denken over de impact ervan op mijn leven. Want niet alleen laat het me toe om met een propere lei opnieuw te beginnen waar niemand me kent, ik maak er ook vrienden. Mijn beruchte Canadees posse, bvb. Ik kook er voor 30 man en leer er dat innige relaties met uw keukenstoof de max zijn als ge vrienden wilt maken. Long storry,  later eens.

Mijn mama was toen net een jaar jonger dan ik nu ben en werkte nog in het onderwijs. Ze nam voor het eerst in haar leven het vliegtuig om me tijdens de paasvakantie te bezoeken. We kochten een treinkaartje voor Skandinavië en spoorden naar Stockholm en Oslo en Kopenhagen. En ook naar Abisko, boven de poolcirkel, waar in april sommige huizen nog compleet waren ondergesneeuwd en we een kabelbaan namen naar een bergtop waar het -30c was en we warme choco dronken, geserveerd door een Antwerpenaar die daar was geland en ons van extra dekens voorzag voor de terugweg. We maakten er een selfie  avant la lettre en die foto staat nog altijd bovenop de kast.

We namen er de trein naar Narvik ,  met de bedoeling om de Lofoten te bezoeken.  In die tijd waren er nog geen bruggen, enkel ferries. En omdat april te zot is voor woorden voeren die niet uit. Ik zie ons nog op die kade staan. Ik zie ons nog tegen elkaar zeggen van ooit en ooit en ooit…

Net geen 25 jaar later. Ik heb haar daarnet eens goed vastgepakt.  Van puur geluk omdat na twee dagen al duidelijk is dat dit onze droom is. Uit pure dankbaarheid voor die “ja” van op de oprit.  Omdat ik haar zo graag zie.  En omdat ik besef dat wel allebei pietzakken zijn.

Daarom 

Posted in Uncategorized | 1 Comment

Amsterdam en ik, dat klikt maar half.

Ik heb een nest Canadezen op bezoek. Ondertussen ben ik al zo lang afgestudeerd dat de eerste vlaag kinders van begint aan te waaien. Twee meisjes van 20, die hier met grote ogen rondlopen en mij vruchteloos proberen wijs te maken dat ge vanaf uw tablet de frigo kunt aansturen (of zoiets, ik was niet echt aan het opletten).

Hebben we afgedweild: Gent, Brussel, Brugge (zonder mij) en straks nog Ieper. En dus gisteren een dagje Amsterdam. Voor een dag op en af naar Amsterdam, dat dat kan vonden ze geweldig. Ik denk dat ze van hun dag hebben genoten. Voor mij is Amsterdam altijd een erg gemengd verhaal.

De eerste keer dat ik er was ben ik vroeger weggelopen. De niet aflatende stroom aan Amerikaanse pubers op zoek naar een coffeeshop, zatte toeristen die aapjes kijken aan de Wallen, de compleet ranzige kitsch,  de stroom aan vettige eettenten waar ik geen hond in te eten zou geven, de smerigheid van de “betaalbare” hotelkamer… ik kon niet rap genoeg weer weg zijn. Ik haatte het, instant.

Jaren later was ik er nog eens voor een dagje. Toen waren we zo verstandig om weg te blijven uit alles wat tussen het IJ en de grachtengordel ligt. En toen vond ik wel de gemoedsrust om te kijken naar de pracht van de grachtenpanden, de kleine hoekcafé’s, de grappige namen van winkels.

Ondertussen dateert dat laatste bezoek ook al van meer dan tien jaar geleden (het kunnen er 15 zijn ook). En was het niet van de meisjes geweest, het was waarschijnlijk de laatste keer geweest. Maar bon, wijle dus weg. De eerste die nog zaagt over parkeertarieven in Gent krijgt een toek op zijn bakkes. Negen uur kost 27 euro. Basta. Maar het centrum is erg beloopbaar en ik ga daar niet over zagen.

Ik heb welgeteld 15 minuten gespendeerd in het stuk voorbij het Nationaal Monument aan de Dam. Daarna heb ik rechtsomkeer gemaakt voor waar het echt om draait.

 

Amsterdam is gewoon op zijn mooist als je wegblijft van de ellende van het centrum centrum. De rest is uren genieten van de wolken en de zon op de gevels van de huizen, van wat die zotte mensen daar allemaal op hun fietsen meeslepen en van terrasjes met supervriendelijke bediening.

Aan het einde van de dag werd ik nog getrakteerd op schone beesten. De markt was net afgelopen, en dat hadden ook de reigers begrepen. Nog nooit zo dichtbij geweest. Zot, zo opeens een twintigtal van die prachtbeesten die op armlengte afstand tussen het afval naar de achtergebleven vissels zoeken.

Serieus, zie nu.

Nog eens naar Amsterdam? Pfffwt, als het moet, ja. Maar als het niet gebeurt is het ook goed zenne.

Posted in Congé, Reizen | Tagged , , | 3 Comments

Als ge weet dat het in het honderd aan het lopen is en ge gelijk een konijn naar een lichtbak zit te gapen …

Het is nu kwart na tien. Ik ben op van iets na zes deze morgen. Na vier uur slaap. Want gisteravond vlogen de meubels al in het rond en moesten de kasten er aan geloven. Wat gewoon iets grotekuisachtigs zou worden werd uiteindelijk een marathon van ovens uitkuisen, kasten verslepen, bakplaten afschrobben en vloeren schuren.

De helft van de tafel staat vol met spullen die de deur uit moeten. Wijnglazen die niet schoon genoeg zijn, zeker niet als ge er 40 (ik heb ze geteld!) staan hebt die wél schoon zijn. Grote glazen die voor eeuwig wit uitslaan van de vaatwasser, bordjes die wel tof maar ontzettend onhandig zijn. Borden waarvan ik er ooit 12 had en nu nog zeven en dat frustreert mij dat het geen naam heeft. Een blauwe glazen slakom. Ik haat al die kleurkes, weg ermee.

De hele dag heb ik aangemodderd, en tussendoor heb ik mij ook eens een paar keer wreed kwaad gemaakt. Op Facebook. Op mijn televisie. En op mezelf. Vooral dat laatste. Ik schiet uit mijn kot voor het minste. Ik dobber in mijn volle emmer van nijd en zelf verzonnen ellende, klaar om uit mijn vel te springen bij het minste. Gelukkig heb ik vandaag de kans niet gehad. Dat komt omdat ik vandaag amper een woord gesproken heb. Behalve “Liefste buurvrouw, mag ik uwe schuurborstel eens gebruiken want de mijne is kapot”, ben ik vandaag niet geraakt. Niemand gezien, geen telefoons, niets. Enkel stilte en zelfmedelijden en hoge nood aan mijn kartonnen doos.

Iets reserveren werd een hel van een paar uur. Een dringende telefoon werd nog eens uitgesteld. De frigo steekt vol eten en ik weet niet wat ermee gedaan. De weegschaal is net ontploft en het enige antwoord dat ik daarop kon verzinnen was 150 gram salami, recht uit het pakske. En een blik lichee. En ge wilt echt niet weten wat nog allemaal.

Het is al weken aan het groeien, dat vage, onbestemd gevoel dat alles verloren is. Niet dat ik niet wil, maar ik kan niet meer vrolijk zijn. Lukt niet, van geen kanten. En als ik het wel ben is het fake, vals, leeg en voel ik me nog veel slechter. In mijn kop kraakt het langs alle kanten. Op dagen als deze wil ik alleen nog maar weg van hier. Niet dat ik mezelf iets zou aandoen, ge moet niet panikeren. Maar ik vraag me toch serieus af wat ik hier eigenlijk loop te doen. Tegen morgen gaat dat wel weer over, maar nu is het efkes geen feestje hier.

Posted in Uncategorized | 3 Comments

Aan de mama op Bus 3 vandaag: ge waart geweldig!

Hij: als ik niet in de file wil staan, koop ik dan beter een boot.

Zij: misschien is dat nog zo zot niet. Maar boten kosten ook geld

Hij: zijn ze duurder dan een auto?

Zij: dat hangt er van af. Ik weet niet zoveel van boten. Maar als je een boot wil om op te wonen, dan moet je genoeg centen hebben. Trouwens (terwijl we aan de Joremaaie passeren), met de boot alleen kom je er niet. Stel dat je je boot wil parkeren, dan heb je een plekje nodig. Zoals die mensen daar (wijst naar Portus Ganda): zij huren dat plekje en betalen daarvoor.

Hij: oh

Het ging even door. Ik veronderstel dat hij op den duur maar wat vragen improviseerde om de warme aandacht van zijn mama vast te houden. een spel dat de mama in kwestie maar al te graag meespeelde. En ik keek, en ik begreep de spelregels, en ik zat met mijn rug naar hen toe te lachen en bijna te tjiepen van de warmte van dat gesprek. Dat in essentie nergens over ging, en tegelijkertijd over zoveel: geborgenheid, aandacht, affectie.

Ze stapten af iets voorbij de Dampoort. Ik had graag nog een uurtje met hen de rit gedeeld.

Posted in #geluk, Gent, Tleven | Tagged , | 1 Comment

Afscheid nemen van dingen kan zo deugd doen.

Ik kan dat meestal goed. Nu de lentezon haar best doet was het tijd voor de halfjaarlijkse grote kuis van de kleerkast.

No brainers: Sjakossen die te klein zijn voor mijn Kindle, spullen met plekken die niet meer willen verdwijnen, dingen die de afgelopen winter alweer niet uit de kast geraakten, stukken die eruit zien alsof ze twee weken na elkaar werden afgekookt in zoutzuur: buiten!

Lastiger: jurken die niet meer passen wegens ik moest mij weer eens een beetje wreed laten gaan. Slodderkleren waar ge niet meer in gezien wilt worden maar die toch zooooo comfortabel zitten. Sportkleren die alleen maar dienen om uzelf blazen wijs te maken.

Compleet problematisch: drie stuks. En wel deze:

IMG_20170414_101202

De Zak. De bijna 20 jaar oude Zak die me zo trouw gediend heeft en waar de mama de rietepetiete van krijgt. Die ik onlangs aan de schoudernaad heb losgescheurd. En niet voor herstelling richting diezelfde mama wil brengen want ze gaat mij vierkant uitlachen en eerlijk is eerlijk: op uw 45ste komt ge gelijk wat minder goed weg met De Zak dan op uw 25ste. Weg ermee.

IMG_20170414_101139

De referentiejurk. Die waar ik 15 jaar geleden uit de keerkast van de mama heb gepikt. Daar was toen nog een vestje bij maar dat heb ik lang geleden al te pletter gedragen. Het is de jurk waar ik elke keer als ik de strijd tegen de kilo’s weer eens even gewonnen heb perfect in pas. En waarvan ik nu denk: fuck this. Echt. Als ik ooit eens een panlat ga zijn koop ik godverdomme wel een nieuwe jurk. En indien niet ook. Puhh, eigenlijk.

IMG_20170414_101054

De lastigaard. Ik heb een doos op zolder. Daar zitten de enige echt sentimentele stukken in. Mijn geboortekaartjes, mijn eerste bril, een favoriete trui van mijn oma, een truitje dat mijn tante nog voor me gebreid heeft toen ik 11 was. En deze jurk. Ooit gekocht bij 3 Suisses. Een zakdoek groot. Van in mijn eerste jaar op kot. Voor altijd verbonden aan de avond waarop ik I. leerde kennen en het verhaal van die avond zelf en alle gevolgen die hij zou hebben. Ik heb hem nog eens aangetrokken (hij rekt, dus dat ging) en ik heb mij een halve kriek gelachen voor de spiegel. Daarna heb ik een beetje geweend, en heb ik hem bij de rest in zo’n grote blauwe Ikea-zak gepropt. Ik fietste ermee naar de kledingcontainer. Ik duwde hem door die klep. Ik woog opeens 20 kilo minder.

Voila.

Posted in In 9050, Tleven | Tagged , , , | 2 Comments