Beetje ondersteboven

Een beetje, toch wel. Ik weet niet meer precies hoe, maar ik botste op een bekende familienaam. Die ik vervolgens eens door Google draaide om te zien waar hij opdook, om er dan nog een paar door te draaien en te zien waar ze wonen (in mijn geval: bijna nergens behalve rond Brussel en dat kan kloppen want daar haal ik hem ook vandaan). Om dan wat af te dwalen, as one does on Google.

Om dan te denken dat ik nog altijd megagefrustreerd ben dat ik niets weet van de familie van mijn grootouders aan vaders kant (behalve dat ik stapelzot van hen was, en dat ze stierven toen ik 10 en 18 was, en ik daar nog altijd wel eens verdrietig van word. Ik en afscheid nemen, …)

Enfin, en dus dacht ik, ik zal eens een Michelleken trekken en dan blijkt dat Halle al zijn graven heeft gedigitaliseerd. En dus ga ik nostalgisch eens digitaal dag zeggen aan oma en opa. Ik zoek nog een oom die ik niet kan vinden. En dan opeens – midden in de lijst – staat ze daar: de enige nicht die ik had. Net geen 44 geworden, wat net iets ouder is dan haar mama. Zes jaar geleden gestorven.

Zes jaar! Dat mijn familie aan vaderskant als los zand aan elkaar hangt is een onderschatting. Als ik zie hoeveel moeite het kost om mijn vader twee keer per jaar te zien zou ik daar niet van mogen schrikken. En mijn nicht en ik hadden al jaren geen contact meer met elkaar. De laatste keer dat ik haar zag was op de begrafenis van haar papa, die ook al amper de 60 heeft gehaald (hartaderbreuk).. Als kind waren we wel wat closer. We leken nogal hard op elkaar, uiterlijk dan. Maar ik was in die tijd meestal de voorbeeldige dochter die boeken las en huiswerk maakte en lief en braaf luisterde, en mijn nichtje had het als kind niet makkelijk. Verstandelijk niet sterk in een tijd dat zoiets nog niet erkend werd voor wat het was, al snel kampend met zwaar overgewicht, driftbuien en apentoeren. Ze moet me gehaat hebben, en ik begreep maar niet waarom ze soms zo gemeen tegen me was. Want ik zag haar wel graag, en zij mij ook wel, denk ik. Maar na de scheiding van mijn ouders dreven we helemaal uit elkaar, tot het contact zo sporadisch werd dat het niet meer echt bestond.

En nu dit. Ze was 19 toen haar mama stierf en rond de 30 toen ook haar papa verdween. Ze was niet echt in staat om goed voor zichzelf te zorgen, en ik vraag me af wie haar hielp, wie haar troostte, wie haar de genegenheid gaf waar ze als kind al zo naar hunkerde. Het was niet van mij, in elk geval. Ik kan het niet zeker weten natuurlijk, maar als vrouw op je 43ste sterven ruikt naar één ding: kanker. Omdat ook haar mama daar aan gestorven is, is dat niet onlogisch. Wie was er voor haar? Wie kocht haar iets lekkers toen ze in het ziekenhuis lag? Wie deed de was, wie lachte eens met haar, wie verdreef de eenzaamheid? Niet ik, en precies ook niemand van de familie. Niemand vond het in elk geval de moeite om het te laten weten.

Ik heb haar nooit echt gemist, daarvoor was alles veel te moeilijk geweest in de jaren waarin we definitief uit elkaar dreven. En nu is het te laat voor schuldgevoelens. Maar ik ben een beetje ondersteboven, dus. Mijn mini-familie. One down, four to go. En dan is het op aan die kant.Blijkbaar is niet erg reproductief ingesteld zijn een familietrekje.

Ik zei altijd dat ik enig kind en enig kleinkind was, tenzij je mijn nichtje dat ik al eeuwen niet meer had gezien meetelde. Dat laatste stuk kan ik nu schrappen. Het is precies opeens een koude dag geworden. Ik hoop zo hard dat iemand er voor haar was.

Advertisements
This entry was posted in Familie en vrienden and tagged , . Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s