Lang weekend in Düsseldorf

Dat we er graag eens van onder muizen is geweten. Gewoon, eens een weekend onderduiken in een vreemde stad, eens iets ander doen dan anders. Andere koppen, ander eten, een ander bed, tijd voor elkaar en nieuwe ervaringen.

Düsseldorf hadden we al een tijdje geleden geboekt. Ik was op zoek naar een bestemming niet al te ver van huis, met een interessant aanbod aan musea, cultuur, eten, en bier. Ik weet niet goed meer hoe ik er op uit ben gekomen, maar één blik op foto’s van de MedienhHafen en ik was compleet verkocht. Meneer J over de streep trekken bleek niet bijster moeilijk: Duitsland en bier enal… need I say more?

En dus wijle weg! We hadden kamers in een prima hotel met erg vriendelijk en behulpzaam personeel, met als enige nadeel de trend om dat soort kamers tegenwoordig te voorzien van transparante badkamers (inclusief transparant toilet, ja, bijzonder romantisch!).

20160317_134607

Dag 1: ontdekken

Eerste stop: de haven. Het is een vrij klein gebied, en het is een beetje van overontwikkelgem, maar ik ben nu eenmaal zot van zotte architecten (zolang ze geen transparante badkamers bouwen) en Frank Gehry had daar een beetje gespeeld en meer moest dat voor mij niet zijn.

Meneer J had toen het briljante plan om omwille van de stralende zon meteen de Rijntoren te bespringen voor een rondje “Gapen naar Düsseldorf vanuit de lucht”. Prima plan, niet in het minst omdat het weer de volgende dagen zou omslaan en we echt wel een fantastisch uitzicht hadden.

Donderdag was de lente dus al wat aan het oefenen, wat in Düsseldorf blijkbaar de meutes naar buiten lokt op een manier waarvan ze aan de Graslei nog iets kunnen leren. Gehuld in sjaals en truien lagen slimme zonnekloppende Duitsers langs de Rijnkant te genieten. De nog slimmeren bemachtigden een plekje op één van de vele terrassen met uitzicht. Ik kan u verzekeren dat er erger dingen zijn dan op een verloren donderdag naar de voorbijvarende bootjes op de Rijn te gapen. Meneer J kan dat overigens volmondig bevestigen.

IMG_4871.JPG

Bijzonder grappig: om zes uur (en geen minuut later) gingen synchroon de terrashaarden aan en de overkappingen naar beneden. Duitsers, ‘t is iet!

De rest van de dag spendeerden we aan lange wandelingen door de parken en een toerke in de Altstad, de oude binnenstad. Die bleek voornamelijk uit een mix van Blankenberge en de Overpoort te bestaan: teveel luide café’s met foute muziek, afgewisseld met pittabars en sosietsekramen.  Gelukkig bleef hier en daar nog een zweem van authenticiteit overeind. De stad telt namelijk een vijftal brouwcafé’s, waar zo goed als alleen het huisbier wordt verkocht. Zo landden we (schijnbaar toevallig, maar volgens mij had El J zijn bierradar aangezet) in Im Füchschen, waar ze ons al snel de Düsseldorfse “way of beer” leerden kennen.

Dat gaat zo: zowel binnen als buiten zijn er in het cafégedeelte (bijna) geen zitplaatsen, maar als ge chance hebt wel van die steuntjes waar ge uw kont wat kunt over draperen. Niet dus, als ge kleiner zijt dan 1.65m, maar bon. Nog voor ge uw frak ergens aan een haak hebt gehangen staan er twee glazen Altbier voor uw neus. Vragen of en wat ge wilt drinken is duidelijk niet de manier van doen. Glas bijna leeg? Daar komt de kelner alweer aan. Laverend door de massa, met een plateau met minstens 20 pinten er op, vervangt hij feilloos elk leeg glas door een vol. Om dat te vermijden moet ge hem zo goed als pootje lap leggen. Na elk glas wordt op zeer professionele wijze de rekening bijgehouden: streepjes op uw bierviltje. Voila!

Restte ons daarna nog van zo’n beetje op handen en voeten terug naar het hotel te kruipen, en te genieten van de lichtjes.

Dag 2: winkelen, begot! (en meer bier)

Omdat hotelontbijten meestal hallucinant duur zijn en omdat Duitsland op broodgebied toch sowieso een stevige reputatie heeft hadden we dat niet bijgeboekt. En dat bleek een goede keuze te zijn, want naast de deur was een bakkerij met plaats om iets te eten en te drinken. Voor geen geld. Dat viel overigens overal wel op: eten is er goedkoop tot spotgoedkoop.

Ik weiger naar Duitsland te komen en niet toe te geven aan Heiße Schokolade mit Sahne. Alleen al om dat te mogen uitspreken. Mijn Duits is beperkt tot vrij goed begrijpen, en ja en nee knikken, en bitte zeggen en zo. Maar Heiße Schokolade mit Sahne bestellen, dat kan ik als een pro.

Geen trip zonder bierwinkel, en zo wandelden we door een bruisende buurt die net iets buiten het centrum lag om binnen te wippen bij Bier&Beer, waar El J zijn inkopen deed. Ik vergat foto’s te nemen omdat ik teveel aan het rondgapen was. Wijze buurt, met veel meer echte buurtrestaurants, geweldige ijssalons (dat is daar net als Altbier precies een beetje een verslaving), beenhouwers waar je in de winkel zelf kan aanschuiven voor aardappelen met spek, brolwinkels en hipsterkoten. Jammer dat we na de bieruitstap te zwaar beladen waren voor veel rondgeloop, want ik vond dat daar bijzonder geestig.

Omdat de pijp van meneer uit was heb ik hem op een tram gemikt en ben ik  zelf een rondje gaan shoppen. Jaja, ge leest dat goed: shoppen! Vanzelfsprekend niet in de kleerwinkels (ok, twee minuten in een H&M omdat ik geen sjaal had meegebracht) maar wel: bij de Japanners rond de Immermannstraße, bij Manufactum en bij Muji. En op de markt, en in de kookwinkel. Interieurs, lekker eten en kookspullen, het is een lijst waar weer niemand van zal verschieten zeker?

Düsseldorf staat overigens vooral gekend voor de Konigsallee, zo’n beetje de Avenue Louise van de stad. Maar dat soort straten stinkt naar geld en slechte smaak en omhoog gevallen mensen en ik kom daar niet graag. Verder dan de straat oversteken met mijn neus in de lucht en een voze blik richting voorbij paraderende langpootmuggen kom ik daar niet. Ik kan het niet, ik word er ziek van, ik moet er niets van hebben, nah!

De oogst van een hele dag winkelen: een pot kriekenconfituur voor mijn tante (vaste prik, overal waar ik naartoe ga), sloefen van Muji voor de mama en een tandenborstel voor mij, vier potjes mosterd (lokale specialiteit), een koekjesuitsteker in de vorm van een doodshoofd en een fles bier voor mijn vent. En een sjaal, dus. Van mij gaan ze rijk worden, dat is zeker.

Maar wat ik niet binnen breng voor de winkeliers haal ik in bij de plaatselijke horeca. Met meer Altbier tijdens een date met mijn wat uitgeruste lief. Bij Zum Schlüessel, bijvoorbeeld (zelfde systeem: vooral niet proberen iets te bestellen, drinken, streepjes tellen), om dan te gaan eten bij een goede Italiaan (gezellige drukte, goede wijn) en te landen in een café waar ge wel kunt zitten: Bistro Zicke. Hophop. En om tien uur ‘s avonds nest in!

Dag 3: Culturodinges

Na wandelen, winkelen en wijn drinken: beetje cultuur opsnuiven. We willen niet dat ge denkt dat wij alleen maar op reis gaan om te drankorgelen. En dus deden we nog een beetje musea. Op dag twee wipten we binnen voor een tentoonstelling in de KunstHalle, maar dat was een beetje een serieuze misser. Geen misser: de bijhorende boekhandel. Ow zekerst.

Schoon gerief, goed voor een dik uur snuisteren. Beter was dag 3, met een bezoek aan K20. Ik beken: ik ken niets van kunst. Geen hol. Maar ik kan er wel door omver geblazen worden. Vreemd genoeg vaak door heel abstracte dingen. Terwijl ik daar in mijn leven als vergadertijger gewoon echt niet tegen bestand ben. Maar als het op musea aankomt: ik doe niets liever dan geregeld eens vol verwondering flaneren tussen de hersenspinsels van mensen die ik nooit ga begrijpen, maar waarvan ik megacontent ben dat ze bestaan. Kunstenaars. Raar ras. En toch, wat zouden we zijn zonder?

Het gebouw zelf ziet er van de buitenkant nogal Oostblokkerig uit, maar werd binnenin heel knap ingedeeld. Er was een kleine expo over Russische gewichtheffers die standbeelden optillen voor de lol (grappig, en ook op een rare maner ontroerend), een werk dat live door spinnen in elkaar geknutseld werd (prachtig!) en een doolhof van voedselhulpzakken (beklijvend).

Er waren curieuze fruitschalen en gelakte binnendeuren en hele schone portretten.

En toen kwam de mokerslag: Chiharu Shiota . Je kon de ruimte maar per vier man betreden, maar ik had het geluk er alleen te zijn. Zo bevreemdend, zo poëtisch, zo fijn en schoon en ontroerend. Ik had er eigenlijk de rest van de dag willen blijven, in dat web van draden. Ik heb het eens opgezocht en dit najaar komt ze naar Berlijn. Dat lijkt me alvast een goede gelegenheid om nog eens naar daar te gaan. Kapot van, eigenlijk.

De afsluiter was anders ook niet mis. In de nok van het gebouw heeft Tomás Saraceno een constructie van metalen netten en ballen gespannen. En ge moogt daar op gaan lopen! Ze steken u eerst in een overall en een paar vaste wandelschoenen en dan laten ze u daar dus op los. In de nok. Van een Zeer Hoog Gebouw. Met niets onder u dan de leegte en vier verdiepingen. En dat wiebelt en waggelt, en ge kunt u daar nergens aan vasthouden. En ik dacht dat ik geen hoogtevrees had, maar ik ben toch teruggekrabbeld van zodra ik over het complete niets moest wandelen. Zweten, maat! Maar wat een idee, en wat een zaligheid.

Tip: het museumcafé serveert ook een goed ontbijt! Achteraf gezien: best te nuttigen nadat ge op die netten gaat lopen.

We deden ook nog het filmmuseum, en KIT en dat was alle twee wijs, maar ik kan maar een beperkte hoeveelheid intense emoties aan, en K20 was een volle emmer waard. De stad stikt overigens van de (dure) kunstgalerijen, dus ga vooral uw gang als ge “nenechten” zijt.

Moegetjoold bleven we ‘s avonds in het hotel eten, in hun vegetarisch restaurant Amano Verde. Dat was een halve meevaller (de soep en de wijn en het hoofdgerecht van J), maar ook een halve tegenvaller (mijn hoofdgerecht was eigenlijk niet te eten). Maar dat kon mij al lang niets meer schelen want mijn pijp was uit. Zo uit dat ik me zelfs niet meer aan de transparante badkamer kon ergeren.

Voila, drie dagen Düsseldorf. Er is een speciale kaart (14 euro voor 48 uur) waarmee je gratis of met korting een pak musea binnen kan. Er zijn wat speciale aanbiedingen en alle openbaar vervoer (o wat zijn wij jaloers op Duits openbaar vervoer!) is van de veurniet. Nog een tip: tenzij ge compleet van lotje getikt zijt, vermijd absoluut Karnaval! Wij zagen wat een voetbalmatch op een zaterdagavond veroorzaakt in de binnenstad en ik wil dat echt niet maal duizend meemaken. Niet dat we iets van agressie hebben gezien, maar het is er gewoon een beetje compleet over.

Gaan we nog eens terug. Ewel ja, waarom niet? Ik vond het niet de topbestemming van mijn leven, maar geef toe: 250 km ver, heel veel te zien en te doen, en een cultuur van levensgenieters. Niet slecht voor een lang weekend. Genoten, en opgeladen. Tips voor een volgende bestemming altijd welkom.

Advertisements
This entry was posted in Congé, Reizen and tagged , , , , , , , . Bookmark the permalink.

3 Responses to Lang weekend in Düsseldorf

  1. Samaja says:

    Zo te zien wel een leuke stad voor een korte trip. En die heiße Schokolade mit Sahne, dat vind al heel lang geweldig leuk om te bestellen 🙂

  2. Amai, uitgebreid verslag! Wij zijn er een paar jaar geleden ook even kort geweest, gecombineerd met een bezoek aan Keulen. We waren er toen op een zondag en er was niets te doen. Ik herinner me alleen nog MoschMosch, heerlijk eten!
    (En ik moet dringend aan dat Kopenhagenverslag beginnen schrijven!)

  3. Pingback: Gelezen in maart | Licht Geschift

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s