Maar enfin, daar zijn de mieren weer

Vrijdag was ok. Zeer ok, zelfs. De mama doet vrolijk van huppelgem nu het ijzerwerk uit haar voet is (ferm dat dat is, hoe ze met zo’n trektang van de gamma die spillen uit haar tenen trokken zonder dat ze er ook maar iets van voelde!) en als de mama van huppelgem doet voel ik me al de helft beter. En omdat het te laat werd om hier thuis nog te koken werden het frietjes en daarna een glas in het buurtcafé. En twee ook, en zelfs nog eentje toen de buurman kwam aangewaaid en het daar zo gezellig en gezapig zitten was.

Zaterdag zouden we een tentoonstelling bezoeken of naar de film gaan. Zaterdag zat ik als een halfvergane zombie in de zetel te stinken. Van zaterdag op zondag werd het een half nachtje doortrekken. Zondag werd ik overvallen door de gedachte dat het morgen eigenlijk al eind februari is. En dat ik maandag hier en dinsdag daar en woensdag nog ergens moet zijn en dat dat niet gaat lukken. En dat ik dringend een nieuwe salontafel moet hebben. Nu! 

Maandag bleef het schip nog recht omdat ik voor de mama nu eenmaal altijd nog iets extra’s kan. Tegen maandagavond was het naar de jos. Ik moest en ik zou naar de kringwinkel in Wetteren rijden. Dinsdag. Of woensdag? Of toch beter vrijdag? En ik had aan mijn lief beloofd dat ik zou bakken voor zijn collega’s wegens hij is jarig (proficiat, lief!). En nu moet ik fuck ook nog eens de stad in om een cadeau. 

Heel de agenda loopt voor mijn ogen vol met dingen die ik niet meer aan elkaar geplakt krijg. Ik moet zo goed als voortdurend controleren of ik niet alweer van alles aan het vergeten ben. Elke keer weer staart het me aan: woensdagvoormiddag even binnen bij de buurvrouw, vrijdagavond eten, voor de rest niks dan stilte. Helemaal geen uitpuilende agenda dus. Maar het helpt me geen centimeter vooruit. Twee minuten daarna ben ik alweer plannen aan het smeden. Die ik niet kan uitvoeren omdat het er teveel zijn en ze me overweldigen. 

In de loop van dinsdagnamiddag raap ik uiteindelijk mijn moed bij elkaar. Auto in, even gaan rondsnuisteren in de kringwinkel (tijdschriftenhoudertje – glazen stolp – karaf – 12 euro) en uiteindelijk zelfs boodschappen doen. Alsof alles veel te lang heeft stilgelegen gaan opeens deuren open en wandelen de mieren in het gelid mijn hoofd binnen. Er worden voor de zoveelste keer kasten uitgesorteerd (het is een mirakel dat hier in huis nog iets staat, eigenlijk), meubels versleept, spiegels opgehangen, koelkasten uitgewassen, was gesorteerd … Middernacht komt en gaat, Om drie uur ‘s morgens schiet ik recht om de stoelen netjes onder de tafel te schuiven. Om vijf uur ‘s morgens zit ik me af te vragen of ik niet beter gewoon een nachtje doortrek. Om kwart na zes ga ik naar boven, Om kwart voor zeven lig ik nog te lezen (Chavs van Owen Jones). Pas dan geven de mieren zich gewonnen. Om iets voor negen sta ik klaarwakker onder de douche. Die rotbeesten laten zich helaas niet verzuipen. Ze maken er ook vandaag al de hele dag een feestje van. Soms wil ik nog liefst van al gewoon nergens meer zijn.

Advertisements
This entry was posted in Zwartgallig gezaag. Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s