Narcose

Wegens niet nader genoemde ongemakken mocht ik nog eens een nachtje hospitaal doen. Tot goed zeven jaar geleden was ik zo’n pietzak die na haar geboorte nog nooit zelf in een ziekenhuisbed had gelegen. Ondertussen heb ik mijn schade wel al een beetje ingehaald. In mijn lijf werd ondertussen al driftig geknipt en gekoterd, gelukkig telkens voor onnozeliteiten zonder veel erg. Ook deze keer.

In elk geval is de stress er nu zo’n beetje vanaf. De angst voor het infuus is weg, en de schaamtelijkheid van in uw halfblote flikker in zo’n open hospitaalschortje rondgereden te worden door de gang die op dat moment natuurlijk vol bezoekers loopt is verdwenen. Mij kan het niet meer schelen.

Ik wil het niet minimaliseren, en al zeker niet voor mensen die effectief iets ergs voorhebben. Het lijkt me geen pretje om dag in dag uit in uw armen te laten koteren, en zelfs tijdens een kort verblijf valt op hoezeer de vloer geveegd wordt met concepten als privacy, rust en – ok, futiliteit, maar toch – deftig eten voor wie het kan binnenspelen. Nu heb ik drie verschillende ziekenhuizen achter de rug, van groot (Palfijn) over gezapig (Sint-Jozef) tot uitstervend (Institut Moderne) en ik kan alleen maar vol lof spreken over de verplegers en verzorgers die zo meelevend en vriendelijk zijn. Maar je wordt natuurlijk wel elke keer meegezogen in de gigantische machine die zo’n kliniek is.

Ik ken niet veel mensen die niet op zijn minst een beetje bang zijn van algemene verdoving. Zeggen dat ik er dol op ben zou wat overroepen zijn, maar als je de postnarcosemisselijkheid en de zeer bij het wakker worden nadat iemand enthousiast in uw lijf heeft staan roeren niet bijtelt valt er toch iets voor te zeggen.

Er is een heel kort moment waarop ik elke keer weer voel dat all resistance is futile en dat ik mij met volle overgave in de bewusteloosheid stort. Van de niet-liefhebbers hoor ik met bibberende stem toegegeven verhalen over controleverlies. Ik kan in die twee seconden waarin ik iemand in de verte nog hoor mompelen dat ze mij in slaap gaan doen alleen maar denken: motor uit. Gewoon, helemaal uit. Niets meer, geen dromen, geen muizenissen, geen pijn, geen verlangens, geen verdriet. Als mijn bovenkamer weer eens in overdrive gaat wou ik dat de man met het masker naast mijn bed stond om me een handje te helpen.

Vanzelfsprekend duurt dat allemaal niet lang en is de prijs voor een uurtje of twee absolute zaligheid hoog. Wakker worden met doorploegde ingewanden is géén pretje. Ik heb het ook elke keer afschuwelijk koud (op die ene gelukzalige keer na waarop mijn held van dienst besloot om van mijn gekrijs en gekronkel af te geraken door een spuit Voltaren toe te dienen. Die mens mag ook naast mijn bed komen staan als het allemaal weer eens te zwart en te grijs wordt.). De desoriëntatie die eerste minuten is ook behoorlijk creepy. Dat is allemaal echter maar de introductie tot een feest van misselijkheid, hevige huilbuien en tot weken later een loom gevoel dat niet uit je botten te jagen valt.

Dus versta me niet verkeerd, ik zit echt niet naar de volgende keer te hengelen. Maar mocht dat onder-narcose-geraken gedoe geïsoleerd kunnen worden van de rest van de hele ervaring: graag vanaf nu elke avond!

Advertisements
This entry was posted in Tleven and tagged , , , , . Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s