Ik ben een gelukzak, ik.

Deze middag kwam een oud-collega langs. Hij verruilde net als ik Brussel voor Gent en de trein voor de fiets. We hadden niet echt veel woorden nodig om aan elkaar uit te leggen hoe blij we daar om waren.

Ik reis op zich best wel graag met de trein. Veel liever dan met de auto in elk geval. Heel lang geleden heb ik nog in de Gentse haven gewerkt, en dat moest met de wagen. Na drie weken was ik dat hartsgrondig beu. Sportieve chauffeurs, agressie, files, het besef dat je elk moment een fietser of voetganger kan meeslepen … Dat er mensen zijn die dat geestig vinden, daar kan ik echt niet bij. En sindsdien is het verkeer alleen maar erger geworden.

Maar toch. Vier jaar gependeld op Brussel Centraal en elf jaar naar de Noord, dat steekt op den duur behoorlijk tegen. Centraal vond ik al bij al nog het ergste: dat er op dat smalle ondergrondse perron niet dagelijks doden vallen, dat snap ik niet. Het geduw en getrek en gesleur, misselijk werd ik daarvan. Wie er niet aan meedeed had twee opties: geduldig op de volgende trein wachten en hopen dat daar een plekje was, of ingekneld tussen de zeteltjes stand proberen houden. Liefst vlak bij de uitgang, want anders was je gegarandeerd een aansluiting kwijt.

Noord valt voor reizigers op Gent wat beter mee. Ja, het kost elke dag minstens een half uur extra verplaatsingstijd (en vaak meer, voor wat theoretisch maximaal een dik kwartier zou mogen zijn). Maar ook: de rush als de deuren opengaan is beheersbaar. Je weet dat er plaats zal zijn, en dat je niet hoeft te trekken of te duwen om een zitplaats te bemachtigen. En eens gezeten prop je je oren vol muziek en verdwijn je in een boek, en dan valt dat allemaal nog wel mee.

Ondertussen pendel ik al bijna een jaar niet meer en zijn treinen iets voor exotische uitstapjes geworden. Autorijden doe ik nog minder. Ik schat dat ik maandelijks om en bij de 200 kilometer haal. En dat is dan alleen omdat mijn familie een provincie verder woont want anders haalde ik zelfs dat niet meer. Boodschappen doe ik te voet of met de fiets, op de maandelijkse uitstap naar het grootwarenhuis na. Heel soms wip ik in mijn wagen voor belachelijke afstanden, omdat het regent of omdat ik te lui ben om iets anders te verzinnen. 

Iemand zei me een klein jaar geleden dat ik daar snel aan zou wennen, aan de luxe van meer tijd en de kortere reistijd. Maar misschien hebben we een andere definitie van snel, want ik ben me bijna elke dag weer bewust van wat voor een onwaarschijnlijke pietzak ik ben. Een kwartiertje op de fiets, of twintig minuten op de tram. Een dik half uur te voet, zelfs. Geen geduw en getrek (ik woon aan de eindhalte van een tramlijn, dus ‘s morgens altijd plaats) en ook geen paniek over gemiste aansluitingen. Geen last van stakingen. Rijden de bussen niet, dan kan ik fietsen of stappen. Geen stress als een vergadering wat langer uitloopt. De kans om ook over de middag eens te genieten van deze wonderbaarlijke stad. En het genot van op de eerste lentedagen om 4 uur je laptop dicht te klappen en drie minuten later op een terras van de eerste Kriek van het jaar te genieten. Dat ik nog amper aan boeken lezen toe kom, neem ik er met plezier bij.

Ik ben een gelukzak, ik.
Advertisements
This entry was posted in Gent and tagged , , , . Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s