Glijbaan

Op een goede morgen doe je je ogen open en denk je; nu is het genoeg geweest. Genoeg gehoest, gesnotterd en gekreund, in de eerste plaats. Maar ook gewoon genoeg genoeg. Dat leven, dat raast maar aan je voorbij. Het is veel minder erg dan toen ik nog in Brussel werkte, maar ik heb er nog steeds last van. Zo weinig tijd om bezig te zijn met wat je echt belangrijk vindt. En als je die tijd wel hebt (zoals afgelopen week) dan ben je te ziek om er veel mee aan te vangen.

Vandaag sta ik voor het eerst vrij uitgerust en zonder hoestbui op. Ik voel dat mijn lijf er weer zin in heeft, maar mijn hoofd blijft ver achter. Het is zo vreselijk lang geleden dat er nog eens gewoon tijd met hopen was. Na de universiteit ben ik wat in Gent blijven dobberen in de semistudentenjobkes en de bijpassende levensstijl. Op dat moment kon ik dat niet altijd appreciëren. Ik zag mezelf met mijn pollensocdiploma al voor de rest van mijn dagen opdienen en mensen hun zitplaats aanwijzen en ik kon daar behoorlijk over doorflippen. Ik wou vooruit geraken. En ik kocht een huisje.

Echt, een krot. Eén kraan met stromend water, vocht dat anderhalve meter hoog in de muren stond, ontmantelde stroomleidingen …. wat een bende. Maar ook: eindelijk een grotemensen leven. Verbouwingen. Werk, uiteindelijk. En vanaf dan ben ik niet meer van die glijbaan af geraakt.

Nieuwe job. Huis verkocht, nieuw huis. Opnieuw zware verbouwingswerken. Lopen, hollen, op treinen jagen. Stressen, emobuien, opgeven, doorzetten, kraken. Ziekenhuis in, ziekenhuis uit, verder ploeteren. Van job veranderen. Ziekenhuis in, ziekenhuis uit, verder ploeteren. Nog eens van job veranderen. denken dat het nu wel goed is. En dat is het ook, want de collega’s zijn wijs en de baas is goed en het werk is boeiend en ik hoef niet langer op treinen te jagen. En als ik ‘s avonds tot halfzeven wil verder werken, dan begint mijn avond toch maar twee minuten later want één telefoontje is meestal genoeg om Meneer J te overtuigen dat koken geen goed idee is en dat we beter in de stad afspreken en iets gaan drinken en gaan eten.

Ondertussen zijn we dus al bijna 20 jaar zo bezig. Stilaan is dat even genoeg geweest. In de badkamer lag een oude versie van de Vacature waarin een aantal koppels met “topcarrièrres” uitleggen hoe ze leven. Ik begon al bijkanst opnieuw te kotsen. “De kinderen in bed stoppen, aankleden, naar school brengen, te eten geven met hen spelen …. dat hebben we allemaal uitbesteed”. Proficiat, denk ik dan. Naast dit stukje waanzin staat een foto van een stel met drie kinderen. Ik heb niet meer de moeite gedaan om verder te lezen. Het zal allemaal wel zijn… maar ik heb het gehad.

Op een bepaald moment in je leven wordt tijd de grootste luxe. Hier in huis twee is nog wat werk te doen, maar de basis is er. De verwarming werk, het dak is geïsoleerd, het is hier zelfs gezellig te noemen. Ik woon hier graag, de buren zijn lief en de stad is dichtbij. Ik moet eens beginnen nadenken over genoeg. Het is genoeg, nu. Ik proddel nog door tot na de zomer, en dan moeten er dingen veranderen. Minder werken staat daarbij hoog op mijn lijstje.

Advertisements
This entry was posted in Gent, Werk, Wonen and tagged , , . Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s