Een avond om nooit te vergeten – met dank aan de MIVB

Ik zal alvast maar beginnen met: jaja, U2 was goed en geweldig en zo nog van alles. Maar er zijn andere redenen waarom dit voor mij een memorabele avond is geworden. We hadden namelijk het plan opgevat om, geheel in lijn met de beleefde verzoeken van de organisatoren en de stad Brussel, met de metro naar de Heizel te trekken. Auto in de buurt van het werk geparkeerd dus, en dan naar halte IJzer

Alwaar we al meteen vrolijk werden begroet door een paar straatlopers die je bij het poortje van de Metro beleefd opzij duwden om de prijs van een ticketje uit te sparen. Ik moet zeggen, het nieuwe toegangssysteem van de MIVB, daar is over nagedacht.

Enfin, we stappen op een gelukkig nog bijna lege metro en kiezen voor de lange ommegang, wegens geen zin om over te moeten stappen op een propvol rijtuig. Eigen schuld dus, een rit van bijna drie kwartier in tropisch warme rijtuigen. Gelukkig wel in vrolijk gezelschap van een groepje Zuid-Afrikanen met meer blikjes bier dan ze wilden dragen en een goed ontwikkelde radar voor dorstige Belgen. Goed geregeld eigenlijk, denken we nog. Makkelijk zat, zo’n metro.

Handig ook, zo vlak bij de ingang gedropt worden. Makkelijk onze plaatsen gevonden (remind me: nooit meer een zitplaats nemen, dat is echt wel voor woossies). Genoten van de songs, iets minder van het geluid dat af en toe zo erbarmelijk was dat ik heimwee had naar de geluidskwaliteit van mijn oude zelf samengestelde kassetjes. Voor uitgebreide verslaggeving: zie zowat overal elders op het net.

Na afloop laveren we tussen de meute richting uitgang. ’t Is wel geweest, en ’t is morgen werkendag. Al kwetterend stappen we tot aan de metrohalte. Om vast te stellen dat de toegang afgesloten werd. Een flik staat erbij te grijnzen: c’est fermée, zegt hij. Ah ja, dat hadden we gemerkt. En wat nu? Hij negeert ons straal. En dan begint de langste odyssee uit de geschiedenis van de concertganger. Te voet richting de volgende halte. Die we niet kunnen vinden, want ondertussen is het zo hard gaan regenen dat we amper een hand voor ogen zien.

We vragen de weg aan zo’n oranje frakse. De metro is dicht, zegt hij. En wat nu? Hij haalt zijn schouders op en wuift naar ergens. “Tram”, knort hij nog. Een fikse wandeling verder vinden we uiteindelijk een tramstation. Probleem: ondertussen is het dik na middernacht en staan er enkel wat lege trams gezellig op de ochtend te wachten. De MIVB-mens ter plaatse zit het wat aan te kijken. Op de vragen die wij en onze medegestranden stellen volgt enkel: mjah, neeh, misschien, Wand, Van Praet. Jeuj. We stappen op een tram in de hoop dat die ergens naartoe gaat. Niet dus. Enfin, misschien wel, we zullen het nooit weten eigenlijk. We stappen twee haltes verder af, waar de mompelaar van dienst ons gezegd had om op een aansluiting te wachten. Die niet komt.

Wat wel komt is een tram die ons mee terugneemt naar de stelplaats. Met aan boord de vriendelijkste tramchauffeur ter wereld. Die bereid is om ons en een tiental lotgenoten tot aan de halte Heizel te brengen. Want de Metro, die zou terug rijden. We beslissen collectief dat we er later eens om zullen lachen en keren terug van waar we komen. En zie: een metrostel. Dat, met voldoende geduld, zelfs tot aan halte IJzer zal rijden. Zo wordt ons beloofd. Jeuj, alweer. Ondertussen is het bijna iets voor één, en morgen is het werkendag, maar wie maalt daar nu om?

We stappen op de metro. We wachten. We wachten. We wachten. De metro vertrekt. Aan Simonis denken we even: misschien stappen we beter hier uit en kiezen we dan voor de alternatieve route. Als er toch geen metro meer zou rijden, dan stappen we wel naar de auto. Maar we zijn nu bijna droog en het is hier nog steeds tropisch warm en ik val bijna om van de slaap en dus beslissen we om de rit uit te zitten. Dat gaat goed, voor een tijdje. Tot we in Brussel Zuid komen. Terminus!! Euh? Watte?

Met de moed der wanhoop trekken we naar de perrons. Natuurlijk geen enkele trein meer richting Noord. Enkel een speciale U2-trein die naar Antwerpen gaat, maar daar mogen we niet op wegens geen speciaal ticket. Een taxi dan maar? Een taxi dan maar.

Aan de taxihalte staat een rij mensen met dezelfde geschiedenis. Ik skip graag het hoofdstuk over de plompe manier waarop sommige van die chauffeurs met de voeten van de mensen rammelen, en het stuk waarin sommige mensen er van overtuigd zijn dat een rij niets voor hen is. Uiteindelijk vinden we, ergens tegen kwart voor twee, een chauffeur. Wat volgt is een rit die eigenlijk langer is dan het traject Heizel –IJzer Maar gelukkig wel met de allerliefste taxichauffeur van heel het land. Die er zo mee inzat dat mensen in Brussel op zo’n manier werden behandeld. En die ons voor de som van 10 euro keurig netjes aan de auto heeft afgezet. Zodat we uiteindelijk iets over halfdrie thuis waren. En vandaag is’t werkendag.

Ik ben een heavy user en een fervente fan als het op openbaar vervoer aankomt. Ik besef maar al te goed dat ook wie met de wagen kwam wellicht niet voor één uur van die rotparking is afgeraakt. Maar het gebrek aan informatie, de totale onwil om mensen te helpen, de chaos … dat was echt te gek om los te lopen.

De MIVB brengt u feilloos naar de Heizel, met 30.000 tegelijk als het moet. En daarna? Zoek het maar uit. Alle begrip voor het feit dat men een dergelijke massa liever niet in één keer in een metrogang jaagt. Maar laat de mensen dan maar bij mondjesmaat binnen. Voorzie een armada aan pendelbussen. Of geef ten minste informatie. Klootzakken!

Overigens: U2 gaf een geweldig concert. Prince was beter.

Advertisements
This entry was posted in Tleven and tagged , . Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s